Wetenschapcat: Training

De effectiviteit van sportmassage op sportprestatie en herstel

De effectiviteit van sportmassage op sportprestatie en herstel

Het doel van deze review (Davis et al. 202o) is om het effect van sportmassage op sportprestaties en herstel te onderzoeken.

Hiervoor is een systematische review en meta-analyse uitgevoerd waarbij gerandomiseerde onderzoeken systematisch zijn verzameld en beoordeeld op kwaliteit.

De effecten van manuele sportmassage op kracht, sprong, sprint, uithoudingsvermogen, lenigheid, vermoeidheid en vertraagde spierpijn (DOMS) zijn meegenomen in deze systematische review en meta-analyse uit 2020.

Resultaten: Negenentwintig geschikte onderzoeken met in totaal 1012 deelnemers zijn meegenomen in de analyse. Er is geen bewijs gevonden dat sportmassage een significant effect heeft op kracht, sprong, sprint, uithoudingsvermogen of vermoeidheid. Maar sportmassage heeft wel een significant effect op flexibiliteit en DOMS.

Conclusie: Hoewel deze studie geen bewijs levert dat sportmassage sportprestaties direct verbetert, kan het de flexibiliteit en DOMS enigszins verbeteren. Deze bevindingen helpen de trainer en sporter inzicht te krijgen in de voordelen van sportmassage zodat er beter beslissingen genomen kunnen worden op het vlak van sportmassage voor of na het sporten.

Davis, H. L., Alabed, S., & Chico, T. (2020). Effect of sports massage on performance and recovery: a systematic review and meta-analysis. BMJ open sport & exercise medicine, 6(1), e000614.

 

Wetenschapcat: Training

Tendinopathie

Dit uitgebreide overzichtsartikel gaat over peesblessures en specifiek over overbelastingsblessures van pezen. Dit wordt tendinopathie genoemd.
Tendinopathie is een complexe, veelzijdige aandoening van de pees, gekenmerkt door pijn, achteruitgang van de functie en verminderde inspanningstolerantie.
De meest voorkomende overbelastingstendinopathieën zijn de rotator cuff pees, mediale en laterale elleboog (tenniselleboog en golferselleboog), patellapees, gluteale pezen en de achillespees. Kenmerken van een tendinopathie zijn onder meer disorganisatie van collageenvezels, een toename van de kleine bloedvaatjes (neovascularisatie), sensorische innervatie van zenuwen, ontregelde homeostase van extracellulaire matrix, meer immuuncellen, meer ontstekingsmediatoren en meer celdood (apoptose).

Hoewel de diagnose meestal wordt gesteld op basis van klinische symptomen, kunnen in sommige gevallen palpatie op pijn, functietestsen en beeldvorming zoals echografie nodig zijn. De behandelopties bestaan uit verschillende oefenprogramma’s, therapeutische modaliteiten zoals shockwave-therapie en eventueel chirurgische ingrepen. De effectiviteit van operaties is niet duidelijk. Shockwave-therapie heeft voor sommige maar niet alle tendinopathieën een meerwaarde. Oefenprogramma’s zijn het belangrijkste om aan te bevelen aan mensen met peesblessures. De oefenprogramma’s dienen opbouwen te zijn qua zwaarte en gevarieerd. Zuiver excentrische oefeningen is vaak onvoldoende. Beter wordt er gewerkt van statisch, naar concentrisch én excentrisch om ten slotte met sprong- en loopoefeningen te eindigen.

Toekomstig onderzoek moet zich richten op het verklaren van de kernmerken en op het verbeteren van de revalidatieprotocollen.

Noot van MNN: wil je meer leren over de pathofysiologie, diagnostiek en behandeling van peesblessures? Dan is de e-learning ‘verdieping in peesblessures’ een aanrader. Klik hier voor meer informatie over deze online cursus.

Auteur: Jaap Wonders, Revalidatiewetenschapper, Sportfysiotherapeut, Manueel therapeut & Leefstijltherapeut

Literatuur

Millar, N. L., Silbernagel, K. G., Thorborg, K., Kirwan, P. D., Galatz, L. M., Abrams, G. D., Murrell, G., McInnes, I. B., & Rodeo, S. A. (2021). Tendinopathy. Nature reviews. Disease primers, 7(1), 1.

Wetenschapcat: Training

Neuromusculair trainen bij amateurvoetballers voor blessurepreventie

Neuromusculair trainen (NMT) is een vorm van trainen waarbij stabilisatie, balans en plyometrie geoefend wordt. Het is bewezen effectief om het risico op voorste-kruisbandblessures en laterale enkeldistorsies bij sporters te verminderen. De effectiviteit van NMT-programma’s is echter wel afhankelijk van de naleving. NMT-programma’s hebben een preventief voordeel wanneer ze gedurende het hele seizoen minstens twee keer per week worden uitgevoerd.

Het doel van de studie van Rommers et al. (2022) was om na te gaan hoe veel en hoe vaak sporter neuromusculair trainen en om barrières voor het gebruik van NMT te identificeren.

In totaal hebben 2013 spelers (40% vrouwen) en 180 coaches (10% vrouwen) de enquête voorafgaand aan het seizoen ingevuld, terwijl 1253 spelers en 140 coaches de enquête tijdens het seizoen hebben ingevuld.

21% tot 34% van de spelers trainde het neuromusculaire systeem, maar slechts 5% tot 8% voerde de neuromusculaire trainingen op een voldoende manier uit (dwz zowel balans- als plyometrische oefeningen, minstens twee keer per week).
In de subpopulatie van spelers met een blessureverleden trainde 7% tot 12% voldoende vaak het neuromusculaire systeem.
Van de coaches paste slechts 2% tot 5% adequaat NMT in tijdens de trainingen.

De belangrijkste barrières voor het gebruik van NMT voor zowel spelers als coaches waren een gebrek aan geloof in de effectiviteit, een gebrek aan kennis, de overtuiging dat stretchen voldoende is en er geen behoefte aan hebben.

Conclusie: De meeste amateurvoetbalteams implementeren veel te weinig essentiële onderdelen van NMT. De resultaten benadrukken de dringende behoefte aan het ontwikkelen van strategieën om het adequate gebruik van NMT in het amateurvoetbal te verbeteren.

Literatuur

Rommers, N., Rössler, R., Tassignon, B., Verschueren, J., De Ridder, R., van Melick, N., Longé, L., Hendrikx, T., Vaes, P., Beckwée, D., & Eechaute, C. (2022). Most amateur football teams do not implement essential components of neuromuscular training to prevent anterior cruciate ligament injuries and lateral ankle sprains. Knee surgery, sports traumatology, arthroscopy : official journal of the ESSKA

Wetenschapcat: Training

Effect van sportmassage op prestatie en herstel

Massage wordt tegenwoordig veel gebruikt in de sportwereld, zowel op professioneel als op amateur niveau. Omdat het bewijs voor de effecten van massage op sportprestaties en herstel daarvan nog niet systematisch is geanalyseerd deden Davis et al. (2020) dit door middel van een systematische review met meta-analyse.

In totaal werden er 29 studies opgenomen in deze systematische review. Aan de opgenomen studies namen in totaal 1012 proefpersonen deel. Uit de resultaten van de systematische review met meta-analyse bleek dat er geen bewijs was dat massage een positief effect had op kracht, springen, sprinten, uithoudingsvermogen of vermoeidheid. Er werd wel een positief effect van massage gevonden op flexibiliteit spierpijn die optreedt na het sporten.

Uit deze resultaten kunnen we concluderen dat massage geen direct effect heeft op de sportprestatie, maar dat het door een verbeterde flexibiliteit wel bij kan dragen aan de sportprestatie en aan het voorkomen van blessures. Ook heeft massage een positief effect op het herstel, omdat het een positief effect heeft op spierpijn.

Literatuur

Davis, H. L., Alabed, S., & Chico, T. J. A. (2020). Effect of sports massage on performance and recovery: a systematic review and meta-analysis. BMJ Open Sport & Exercise Medicine6(1), e000614.

Wetenschapcat: Training

Vliegwieltraining vermindert blessuredagen met bijna 70%

Regelmaat is de sleutel tot succes voor elke sporter. Er is niets wat je sportprestatie negatiever beïnvloedt dan inactiviteit. Als deze inactiviteit veroorzaakt wordt door een blessure, dan komt er naast het fysieke aspect ook nog een behoorlijke portie frustratie bij kijken. In (team)sporten zoals handbal, basketbal, voetbal en tennis worden veel blessures veroorzaakt door zogeheten high-intensity actions (HIA) zoals een sprong, start/stop versnelling, sprint of abrupte verandering van richting.

Door de specifieke aard van vliegwieltraining is gebleken dat deze vorm van krachttraining het aantal blessuredagen bij voetballers met 68% (!) verlaagt [1].
Simpel gezegd, werkt vliegwieltraining als een jojo: je trekt aan een koord, de jojo gaat draaien, en zodra het koord volledig afgewikkeld is zal de jojo het koord terugtrekken. Een sporter bepaalt hierdoor zelf de weerstand: de kracht waarmee hij/zij trekt is gelijk aan de kracht waarmee de jojo terug zal trekken. Er kan daardoor zonder ‘gewicht’ getraind worden met krachten die makkelijk variëren tussen 0 en ruim 150 kg.

Voorbeeld: vliegwieltraining met Kynett.

Vliegwieltraining is bedacht door NASA voor de gewichtloze ruimtevaart en maakt het mogelijk om met één vliegwiel apparaat op slechts twee vierkante meter alle andere fitness apparaten te
vervangen. Tijdens vliegwieltraining ben je constant bezig met het versnellen (concentrisch) en het vertragen (excentrisch) van de beweging. Net als tijdens veel (team)sporten. Hierdoor verander je steeds ‘abrupt’ de richting van bewegen, en train je het lichaam om hier blessurevrij mee om te gaan.

Auteur: Loek Vossen, bewegingswetenschapper

Literatuur

[1] Raya-González, Javier & Castillo, Daniel & Beato, Marco. (2020). The Flywheel Paradigm in TeamSports: A Soccer Approach. Strength and conditioning journal. 10.1519/SSC.0000000000000561.

Wetenschapcat: Training

Neuromusculaire training kan bijdragen aan het voorkomen van blessures

Sanudo et al. (2019) onderzochten in een systematische review het effect van neuromusculaire training op het voorkomen van blessures bij jonge sporters. In totaal werden 14 studies opgenomen in deze systematische review. In de opgenomen studies werd onder andere stabiliteit, coördinatie, spierkracht en plyometrische tests, waarbij explosieve bewegingen gemaakt worden.

Uit de resultaten van deze systematische review blijkt dat neuromusculaire training kan bijdragen aan het voorkomen van blessures bij jonge sporters. Dit is echter alleen het geval als de sporters zich aan hun trainingsprogramma houden. Een limitatie van deze systematische review is dat in geen enkele van de opgenomen studies alle verschillende uitkomsten werden onderzocht. In de opgenomen studies werden slechts een of enkele uitkomsten, zoals stabiliteit, onderzocht. De auteurs bevelen aan dat in toekomstige studies alle uitkomsten worden onderzocht.

Literatuur

Sañudo, B., Sánchez-Hernández, J., Bernardo-Filho, M., Abdi, E., Taiar, R., & Núñez, J. (2019). Integrative neuromuscular training in young athletes, injury prevention, and performance optimization: A systematic review. Applied Sciences9(18), 3839.

Wetenschapcat: Training

Rekoefeningen kunnen bijdragen aan het voorkomen van blessures

Over het algemeen wordt aangenomen dat het rekken van spieren zorgt voor minder blessures. Rekoefeningen worden vaak gedaan tijdens de warming-up voor en de cooling-down na het sporten. In de literatuur worden echter tegenstrijdige bevindingen gerapporteerd. Witvrouw et al. (2004) onderzochten de relatie tussen rekken en het voorkomen van blessures.

De tegenstrijdige bevindingen in de literatuur kunnen in ieder geval deels verklaard worden door de verschillende typen sporten die mensen doen. Bij explosieve sporten is het belangrijk dat de spieren een korte, hevige belasting kunnen ondergaan. Mogelijk is het rekken van de spieren bij dit soort sporten effectief om blessures te voorkomen.

Rekoefeningen kunnen dus bijdragen aan het voorkomen van blessures, maar dit is niet bij alle sporten het geval. Bij niet explosieve sporten zal het doen van rekoefeningen niet leiden tot minder blessures.

Literatuur

Witvrouw, E., Mahieu, N., & McNair, P. (2011). Stretching and injury prevention: An enigmatic relationship. Journal of Science and Medicine in Sport14, e95-e96.

Wetenschapcat: Training

Neuromusculaire training zinvol inzetbaar in revalidatieprogramma na reconstructie voorste kruisband

Risberg et al. (2007) onderzochten het effect van neuromusculaire training en traditionele krachttraining in de eerste 6 maanden na de reconstructie van de voorste kruisband. 47 proefpersonen die een reconstructie van de voorste kruisband hebben ondergaan namen deel aan deze studie.

Na een blessure aan de voorste kruisband is het van belang om zowel neuromusculaire controle als kracht in de bovenbeenspieren terug te krijgen. Beide dragen bij aan een verbeterde functie van de knie na de revalidatie en een verminderd risico op nieuwe blessures. Neuromusculaire training en krachttraining worden vaak gecombineerd tijdens de revalidatie van een blessure aan de voorste kruisband.

De neuromusculaire training bestond uit balansoefeningen, dynamische stabiliteitsoefeningen, plyometrische oefeningen en sportspecifieke oefeningen. Het krachttrainingsprogramma bestond voornamelijk uit oefeningen om spierkracht in het been op te bouwen, door onder andere de quadriceps, de hamstrings, bilspieren en de kuiten te trainen.

Uit de resultaten blijkt dat de algemene kniefunctie, gemeten met twee verschillende methoden, significant beter was bij de neuromusculaire trainingsgroep vergeleken met de krachttrainingsgroep. Voor andere uitkomstmaten, zoals balans en spierkracht, werd er geen significant verschil gevonden tussen beide groepen. Uit de resultaten van deze studie blijkt dat neuromusculaire oefeningen bijdragen aan een verbeterde kniefunctie, en dat deze oefeningen opgenomen kunnen worden in het revalidatieprogramma na de reconstructie van de voorste kruisband.

Literatuur

Risberg, M. A., Holm, I., Myklebust, G., & Engebretsen, L. (2007). Neuromuscular training versus strength training during first 6 months after anterior cruciate ligament reconstruction: a randomized clinical trial. Physical therapy87(6), 737-750.

Wetenschapcat: Training

Innovatieve krachttraining: occlusietraining

Occlusietraining is een vorm van krachttraining waarbij de spier wordt afgekneld. Er wordt gebruik gemaakt van een band die constant druk uitoefent. Hierdoor vermindert de doorbloeding van de spier. Door deze verminderde doorbloeding van de spier wordt er minder zuurstof en energie aangeleverd. Ook vermindert hierdoor de afvoer van afvalstoffen.

Uit onderzoek blijkt dat als gevolg van occlusietraining op lage intensiteit (ongeveer 20% van de maximale intensiteit) zowel de spiermassa als de spierkracht toeneemt. In vrijwel alle studies nam de spiermassa en de spierkracht door occlusietraining meer toe dan bij een controlegroep. Dat in de controlegroepen de spiermassa en spierkracht niet sterk toenamen kan verklaard worden door de lage trainingsintensiteit.

Krachttraining op hoge intensiteit is effectief om spierkracht en spiermassa te laten toenemen, maar gaat ook gepaard met een verhoogd risico op blessures. Ook is niet iedereen in staat om krachttraining op hoge intensiteit uit te voeren, bijvoorbeeld na blessures, operaties of op hogere leeftijd. In dat geval kan occlusietraining een geschikt alternatief voor hoge intensiteit krachttraining zijn.

Occlusietraining is dus een alternatief voor krachttraining, al is niet aangetoond dat occlusietraining beter is dan gewone krachttraining. Ook is occlusietraining niet geheel zonder risico’s. Mogelijk kunnen de wanden van bloedvaten beschadigd raken en kunnen er bloedproppen ontstaan. Wanneer er verstandig wordt omgegaan met occlusietraining lijkt er echter geen verhoogd risico op bloedproppen te zijn. Ook leidt occlusietraining tot een hogere hartslag en bloeddruk vergeleken met gewone krachttraining, waardoor occlusietraining wellicht niet aan te raden is voor patiënten met hart- en vaatziekten.

Occlusietraining is dus een veelbelovend alternatief voor gewone krachttraining. Wel is er in de toekomst meer onderzoek nodig naar de effecten en de risico’s van occlusietraining.

Literatuur

Schiphof-Godart, L. (2014): Trainen zonder zuurstof: Oosterse wijsheid? Effecten van laagintensieve krachttraining met afgeknelde spierdoorbloeding. Sportgericht nr. 2 / 2014 – jaargang 68