Werkhouding en klachten van de masseur

Inleiding

Als masseur zijnde wordt het lichaam op verschillende fronten belast, zowel statisch als dynamisch. Er komen diverse krachten bij kijken, waardoor o.a. de musculatuur, ligamenten, gewrichten en de omringende structuren belast worden. Dit kan uiteindelijk leiden tot diverse aandoeningen en klachten van het bewegingsapparaat van de masseur. Dit heeft o.a. te maken met de manier hoe de masseur zijn lichaam gebruikt tijdens het masseren, maar ook van de duur en frequentie van het masseren (1,5,11,13).

Aandoeningen aan het bewegingsapparaat

Aandoeningen aan het bewegingsapparaat komen veel voor bij mensen die een fysiek beroep hebben. Om hier adequaat mee om te gaan, is het van belang te weten welke factoren in het werk een rol spelen bij het optreden van klachten. Voor een aantal factoren binnen fysieke beroepen zijn duidelijke verbanden met lichamelijke klachten – zoals klachten van de lage rug, nek of schouders – te vinden. In de praktijk is echter vaak lastig te bepalen in hoeverre deze factoren een rol spelen bij het optreden van de klachten bij het individu. Veel klachten hangen af van de manier waarop bewogen wordt in het gehele dagelijkse leven van de persoon (1,13,14).
Op basis van informatie uit epidemiologische studies i.c.m. experimentele studies en andere informatiebronnen zijn er diverse richtlijnen opgesteld voor aanvaardbare fysieke belasting in het werk (1).
Binnen deze richtlijnen komt het beroep ‘masseur’ echter niet duidelijk naar voren. Hierdoor is niet te bepalen in welke mate masseurs klachten ervaren die gerelateerd zijn/ ontstaan zijn door het masseren. Dit kan te maken hebben met het feit dat veel masseurs als zelfstandige werken, waarbij geen officiële (ziek)meldingen worden gedaan. Dit heeft als gevolg dat klachten binnen deze beroepsgroep niet geregistreerd zijn.

Definitie beroepsziekte/ werkgerelateerde ziekten

Een beroepsziekte is een ziekte of aandoening als gevolg van een belasting die in overwegende mate in arbeid of arbeidsomstandigheden heeft plaatsgevonden (3). De World Health Organization (WHO) definieert werkgerelateerde ziekten als multifactorieel indien de werkomgeving en de uitvoering van werkzaamheden een significante bijdrage leveren, maar slechts 1 factor is die tot de oorzaak van de ziekte gerekend kan worden (1). Aandoeningen van het bewegingsapparaat worden gezien als oorzaak van ziekteverlof, invaliditeit en uitgaven in de gezondheidszorg. Deze aandoeningen worden veroorzaakt door herhaalde belastingvormen. Binnen de wetenschap heerst echter een aanzienlijke onzekerheid over de bijdrage van factoren in en buiten het werk die de klachten kunnen beïnvloeden (2).
Binnen de top 10 beroepsziekten vallen o.a. beroepen de gezondheidszorg en de vrije beroepen (3). Hieronder zou men masseurs kunnen indelen.
In 2017 wordt binnen de sector ‘vrije beroepen’ een percentage van 40,9 gemeld bij surmenageklachten, 9,1% klachten van KANS en 4,5 % van overige klachten van weke delen en overbelasting. Binnen de sector gezondheidszorg zijn dit respectievelijk 27, 8% surmenage-klachten en 4,9% klachten van KANS. De beroepen binnen deze sectoren worden echter niet verder gedefinieerd, waardoor deze cijfers niet per direct aangenomen kunnen worden als geldend voor de masseur.

Werkgerelateerde risicofactoren

Er zijn diverse risicofactoren waardoor de kans op klachten groter wordt voor de masseur. Risicofactoren houden de klachten in stand of kunnen de klachten provoceren.

Werkgerelateerde risicofactoren voor de masseur (4,5,6,7) zijn o.a.:

  • Hoge fysieke en/ of mentale werkbelasting
  • Geen of korte pauzes/weinig werkonderbrekingen
  • Repeterende werkzaamheden
  • Rotatie en/ of flexie van de nek in verhouding tot duur vasthouden van de positie
  • Houding van de arm(en)
  • Forse krachtuitoefening van de hand
  • Ongunstige polshoudingen / extreme gewrichtsstanden
  • Regelmatig draaien en buigen van de romp
  • Grote reikafstanden
  • Activiteiten waarbij de arm(en) kracht moet(en) leveren:
    Statische houdingen en/of ongemakkelijke houdingen, in het bijzonder risicovol voor nek- schoudergebied en polsen die stabiel gehouden worden (langdurige statische belasting in combinatie met contracties/co-contracties; bijvoorbeeld continu werken met handen en/of armen boven schouderhoogte /geabduceerde arm-handhoudingen
  • Inrichting van de werkplek
  • Ongunstige omgevingsfactoren (tocht, vocht en kou).

Persoonsgebonden risicofactoren

Persoonsgebonden risicofactoren hebben te maken met omstandigheden van de masseur zelf, zoals lichamelijke en geestelijke eigenschappen. Veel persoonsgebonden risicofactoren staan in verband met werkgerelateerde risicofactoren, waardoor de scheidslijn niet altijd duidelijk is.

Bij persoonsgebonden risicofactoren voor de masseur (4,5,6,7) kan je denken aan:

  • Nevenfuncties / hobby’s waarin dezelfde houdingen worden aangenomen / bewegingen worden gemaakt als tijdens het werk
  • Posttraumatische en congenitale vormafwijkingen van het lichaam
  • Fysieke trauma’s in het verleden/chronische ziekten
  • Overgewicht, leeftijd, geslacht
  • Weinig spierkracht (resulteert in overmatige inzet van kracht)
  • Hypermobiliteit
  • Psychologische problemen
  • Inadequaat ziekte- en herstelgedrag, inadequate pijncognitie
  • Lage mentale/fysieke belastbaarheid.

Werkhouding van de masseur

Vanuit praktijkervaring, observatie en informatie uit het massagevak blijken onderstaande houdingen voor te komen tijdens het uitoefenen van het beroep: (1,2,5,8,11,12,13)

  • Ongunstig steunvlak voeten
  • Hyperextensie art. genus
  • Flexie art. coxae
  • Versterkte lordose
  • Versterkte kyfose
  • Elevatie / protractie scapulae
  • Extensie art. cubitii
  • Extensie art. manus en PIP en DIP
  • Vastzetten en / of hoge ademhaling
  • Protractie en / of deviatie cervicale wervelkolom
  • Asymmetrische houding / eenzijdige belasting standbeen
  • Weinig afwisseling van houding/ veel werken aan voorkeurskant.

Bovenstaande houdingen komen niet alleen voor tijdens het masseren, maar worden eveneens toegepast in het ADL (algemeen dagelijks leven) van de masseur. Hierbij wordt gesproken over gewoonte handeling en houdingen, waarvan het patroon zich voortzet in wat de masseur doet. Hier is men zich echter vaak weinig bewust van, totdat klachten op de voorgrond treden (5,8,13).

Veel voorkomende klachten van de masseur

De klachten die bij bovenstaande houdingen genoemd worden zijn wisselend van aard. Hier is geen gedegen onderzoek naar gedaan, maar deze informatie komt voort uit gesprekken met studenten van de opleiding tot sportmasseur, masseurs met een afgeronde opleiding en docenten van de opleiding tot masseur.

Klachten die benoemd worden binnen het beroep masseur (zowel voor de professionele als de meer hobbymatig werkende masseur):

  • asymmetrische belasting van het gehele lichaam
  • overbelasting art. genu
  • lumbago
  • klachten van thoracale wervelkolom, cervicale wervelkolom en schoudergordel
  • (spierspannings)hoofdpijn
  • overbelasting en pijn art. cubiti, art. manus en DIP/PIP-gewrichten
  • slijtage
  • pees(schede)ontstekingen en slijmbeursontstekingen.

Een klacht die veelal niet in verband wordt gebracht met masseren is het vastzetten van de ademhaling of hoog ademen waardoor veel bijverschijnselen kunnen ontstaan zoals hoofdpijn, duizeligheid, concentratieverlies en vermoeidheid (10).
Bovenstaande klachten komen in wisselende (en gecombineerde) mate voor en hangen mede af van de voorkeurshouding en andere houdingen en bewegingen die in het dagelijks leven van de masseur voorkomen. Denk hierbij aan het uitvoeren van neventaken, sport, hobby’s, etc.
De klachten kunnen zich persisteren buiten het masseren om. Hierdoor is niet hard te maken of de klachten ontstaan door het masseren of door andere factoren, de werkgerelateerde en persoonsgebonden risicofactoren in acht nemend (1,2,5,8,11,12,13,14).

Gedragsverandering

Om de ervaren klachten te kunnen beïnvloeden is het van belang dat de masseur zich bewust is van zijn eigen houding- en bewegingsgewoontes in zijn gehele ADL en niet alleen tijdens het masseren. Zoals eerder genoemd komen de houdingen veelal ook voor buiten het masseren. Het is van belang dat er advies gegeven wordt over de ongunstige houding en belasting van het lichaam. Hierdoor zal de masseur zijn houding aanpassen, waardoor klachten positief beïnvloed kunnen worden. Om tot een goed eindresultaat te komen, zijn een aantal stappen van belang.

Model Balm: 6 fasen van gedragsverandering

Model Balm: 6 fasen van gedragsverandering

De masseur gaat het 6 stappen model door volgens Balm die o.a. in de Methode Mensendieck wordt toegepast:

  1. Openstaan
  2. Begrijpen
  3. Willen
  4. Kunnen
  5.  Doen
  6.  Volhouden.

Tijdens deze 6 stappen van Balm ondergaat de masseur een gedragsveranderingsproces, waardoor uiteindelijk gedragsverandering kan plaatsvinden en de masseur zijn houding heeft aangepast (8). Dit wordt vervolgens in zijn gehele ADL toegepast, waardoor de klachten positief beïnvloed worden.
Hierbij is echter een belangrijk feit dat de masseur oefeningen moet uitvoeren, waardoor het gewenste resultaat bereikt wordt. Deze oefeningen zijn individueel en gericht op de klachten van de masseur. Een ervaren oefentherapeut Mensendieck of Cesar kan de masseur hierbij helpen (9,11,13).

Over de auteur

Laura Visser is o.a. oefentherapeut. Zij schrijft o.a. voor Masseurs Netwerk Nederland artikelen.

© Masseurs Netwerk Nederland 2018. Alle rechten voorbehouden. www.masseursnetwerk.nl
Overname van het artikel op individuele websites en social media sites is niet toegestaan.
U wordt uitgenodigd een directe link naar het artikel op de website www.masseursnetwerk.nl op uw website op te nemen en de link naar het artikel te delen op social media.

Referenties
  1. Document ‘Rugklachten door werk , Instrument voor het bepalen van de arbeidsgerelateerdheid van aspecifieke lage rugklachten’ – November 2004, Nederlands Kenniscentrum Arbeid en Klachten Bewegingsapparaat
  2. Salsta Rapport: Richtlijnen voor de vaststelling van de arbeidsrelatie van Aandoeningen aan het Bewegingsapparaat in de Bovenste Extremiteit – Mei 2000 – J.K. Sluiter, K.M. Rest, M. Frings-Dresen
  3. Link: www.beroepsziekten.nl
  4. Richtlijn ontwikkeld door de beroepsvereniging van oefentherapeuten Mensendieck over behandeling van cliënten met nek- en schouderklachten. Richtlijn ‘Aspecifieke nek-schouderklachten’ – NVOM/NPI – juni 2001
  5. Richtlijn ontwikkeld door de beroepsvereniging van oefentherapeuten Mensendieck over behandeling van cliënten in het algemeen. Algemeen deel richtlijnen – NVOM/NPI – juni 2001
  6. Richtlijn ontwikkeld door de beroepsvereniging van oefentherapeuten Mensendieck over behandeling van cliënten met RSI/KANS-klachten door meerdere disciplines. Multidisciplinaire richtlijn aspecifieke Klachten Arm Nek en/ of Schouder – november 2012
  7. Richtlijn ontwikkeld door de beroepsvereniging van oefentherapeuten Mensendieck over behandeling van cliënten met RSI/KANS-klachten. Richtlijn ‘RSI’ – NVOM/ NPI – juni 2001.
  8. Gezond bewegen kun je leren – M.F.K. Balm
  9. Link: www.vvocm.nl/
  10. Link: www.hyperventilatie.info
  11. Artikel ‘Posturologie, een integrale visie op onze houding’ – W.B. Oomens, 2013
  12. Artikel ‘Statiek observatie betrouwbaar?’ – Beweegreden November 2015
  13. Artikel – Gameboy-generatie verleert gezonde houding – P. van Loon – Beweegreden augustus 2017
  14. Artikel ‘Duwen en trekken van lasten op het werk’ – M.J.M. Hoozemans – Beweegreden februari 2009