Rug

Video’s > Handgrepen en demonstraties Sportmassage mboRijnland > Rug.

Inhoudsopgave

Palpatie

Palpatie rug nr. 01
Palpatie (temperatuur) van de rug. Vergelijk de temperatuur van beide rughelften met de rugzijde van een hand en vingers.

Palpatie rug nr. 02
Palpatie (vochtigheid en weerstand) van de rug. Vergelijk met droge handen de huidvochtigheid en huidweerstand. Palpeer met vlakke handen in een rustig tempo de beide rughelften.

Palpatie rug nr. 03
Palpatie (huidverschuifbaarheid) van de rug. Vergelijk de verschuifbaarheid van de huid op een aantal plaatsen op de rug. Plaats de handen in lengterichting en geef in een rustig tempo rek voor zover de huid dit toelaat.

Palpatie rug nr. 04
Palpatie (spiertonus) van de rug. Vergelijk de tonus van de beide rughelften door het geven van gelijke druk met de vingertoppen. Voel de spierspanning door de huid heen.

Palpatie rug nr. 05
Palpatie (spiertonus) van de rug. Vergelijk de tonus van de ronde spieren van rug door ze op te pakken tussen duim en vingerstoppen en licht te knijpen. Voel de spierspanning door de huid heen. Palpeer beide rughelften tegelijk.

Palpatie rug nr. 06
Palpatie (verklevingen/myogelosen) van de rug. Vergelijk op een aantal plaatsen op de rug de spieren op aanwezigheid van verklevingen of verhardingen. Plaats de vingers en beweeg deze met enige druk in dwarse en in lengterichting over de spier. Palpeer beide rughelften tegelijk.

Intermitterend Drukken

Intermitterend drukken rug nr. 01
Intermitterend drukken van de rug, met de handen op de paravertebrale musculatuur (m. erector spinae), uitgevoerd van caudaal naar craniaal.

Intermitterend drukken rug nr. 02
Intermitterend drukken van de rug, met de handen naast elkaar en dwars geplaatst, uitgevoerd van caudaal naar craniaal op de heterolaterale flank (o.a. m. quadratus lumborum, m. lattisimus dorsi).

Intermitterend drukken rug nr. 03
Intermitterend drukken van de rug, met de handen naast elkaar en dwars geplaatst, uitgevoerd van caudaal naar craniaal op de homolaterale flank (o.a. m. quadratus lumborum, m. lattisimus dorsi).

Intermitterend drukken rug nr. 04
Intermitterend drukken van de rug, met de handen achter elkaar en dwars geplaatst over de volle breedte van de rug, uitgevoerd van caudaal naar craniaal.

Effleurages

Effleurage rug nr. 01
2-handige lengte-effleurage van de rug. Begin met de vingertoppen bij de bekkenrand en vervolg richting craniaal met de volle hand over de m. erector spinae aan beide zijden van de wervelkolom.

Effleurage rug nr. 02
2-handige lengte-effleurage van de rug. Begin met de vingertoppen boven de bekkenrand aan homolaterale zijde. Ga door met de volle handen en rondt af op de nek-schouderlijn. Behandel de hele rughelft.

Effleurage rug nr. 03
2-handige lengte-effleurage van de rug. Begin met de vingertoppen boven de bekkenrand aan heterolaterale zijde. Ga door met de volle handen en rondt af op de nek-schouderlijn. Behandel de hele rughelft.

Effleurage rug nr. 04
1-handige lengte-effleurage van de rug. Start vlak naast de wervelkolom aan de homolaterale zijde. Behandel de rug van mediaal naar lateraal. De zijkant van de rug wordt behandeld met dwars geplaatste hand. Volg de contouren van het lichaam en rondt de handgreep bij de schouder af.

Effleurage rug nr. 05
1-handige lengte-effleurage van de rug. Start vlak naast de wervelkolom aan de heterolaterale zijde. Behandel de rug van mediaal naar lateraal. De zijkant van de rug wordt behandeld met dwars geplaatste hand. Volg de contouren van het lichaam en rondt de handgreep bij de schouder af.

Effleurage rug nr. 06
2-handige lengte-effleurage van de rug (hand-na-hand). Voer de handgreep uit over de hele lengte van de rug (homolaterale zijde). De ene hand volgt de andere hand.

Effleurage rug nr. 07
2-handige lengte-effleurage van de rug (hand-over-hand). Voer de handgreep uit met dwars geplaatste handen over de hele rug (heterolaterale zijde). De lengte van de streken kan variëren.

Effleurage rug nr. 08
2-handige lengte-effleurage van de rug (palmboom). Vanwege de opbouw van de handgreep, wordt deze de palmboom genoemd. Begin steeds bij de bekkenrand, voer dan een steeds langer wordend stuk lengte-effleurage van de m. erector spinae uit en buig daarna af naar de laterale zijden.

Effleurage rug nr. 09
1-handige lengte-effleurage van de rug. Geef druk met de handwortel van de gelijknamige hand op de m. erector spinae aan homolaterale zijde. Zet door tot de cervicale wervelkolom.

Effleurage rug nr. 10
1-handige lengte-effleurage van de rug. Geef druk met de pinkmuis van de gelijknamige hand op de m. erector spinae aan heterolaterale zijde. Zet door tot de cervicale wervelkolom.

Effleurage rug nr. 11
2-handige lengte-effleurage van de rug (duim-over-duim). Geef druk met de duimen op de m. erector spinae aan homolaterale zijde. Je loopt als het ware over de spier heen. Door het kleine oppervlak wordt grote lokale druk gegeven.

Effleurage rug nr. 12
2-handige lengte-effleurage van de rug (duim-over-duim). Geef druk met de duimen op de m. erector spinae aan heterolaterale zijde. Je loopt als het ware over de spier heen. Door het kleine oppervlak wordt grote lokale druk gegeven.

Effleurage rug nr. 13
1-handige cirkeleffleurage van de rug. Maak met een (volle) hand cirkelvormige bewegingen over de rug. Ga van kleine cirkels naar grote en daarna weer terug naar kleine. Behandel de hele rug.

Effleurage rug nr. 14
2-handige cirkeleffleurage van de rug. Maak met beide (volle) handen tegen elkaar in draaiende cirkelvormige bewegingen over de rug. Varieer tussen kleine en grote cirkels. Behandel de hele rug.

Effleurage rug nr. 15
1-handige cirkeleffleurage van de rug. Plaats de handen ter versterking op elkaar en maak cirkelvormige bewegingen over de rug. Ga van kleine cirkels naar grote en weer terug naar kleine. Behandel de hele rug.

Effleurage rug nr. 16
1-handige dwarse effleurage van de rug. Maak vanuit de romp met een (volle) hand lange bewegingen dwars over de rug. Geef in beide richtingen druk met de werkende hand, de andere hand fixeert de romp. Begin caudaal bij de bekkenrand en verplaats telkens een handbreedte naar craniaal.

Effleurage rug nr. 17
2-handige dwarse effleurage van de rug. Maak vanuit de romp met de (volle) handen tegengestelde lange bewegingen dwars over de rug, inclusief de zijkanten van de rug. Geef constante druk. Begin caudaal bij de bekkenrand en verplaats telkens een stukje naar craniaal.

Effleurage rug nr. 18
2-handige dwarse effleurage van de rug. Maak vanuit de romp met de handen tegengestelde lange bewegingen dwars over de rug, inclusief de zijkanten van de rug. Bij de naar je toe komende hand gebruik je de vlakke hand en bij de van je af gaande hand de rugzijde van de vingers. De nagelstriem maakt deze laatste handgreep intensiever. Begin caudaal bij de bekkenrand en verplaats telkens een stukje naar craniaal.

Effleurage rug nr. 19
2-handige dwarse effleurage van de rug. Begin met beide handen met de rugzijde van de vingers aan weerszijden vlak naast de wervelkolom en strijk uit naar de laterale zijden. De dubbele nagelstriemen maken deze handgreep intensiever en geven extra stimulatie van de huid. Strijk terug naar de wervelkolom met de vlakke handen/vingers. Begin caudaal bij de bekkenrand en verplaats telkens een handbreedte naar craniaal.

Petrissages

Petrissage rug nr. 01
1-handige lengtepetrissage van de rug. Kneed met de gelijknamige hand (vlakke hand) de rugspieren aan de heterolaterale zijde. Het kneedmoment is naar craniaal gericht. Met de voorbeweging wordt de huid strak getrokken.

Petrissage rug nr. 02
1-handige lengtepetrissage van de rug. Kneed met de handpalm van de gelijknamige hand de rugspieren aan de heterolaterale zijde. Het kneedmoment is naar craniaal gericht. Met de voorbeweging wordt de huid strak getrokken.

Petrissage rug nr. 03
1-handige lengtepetrissage van de rug. Kneed met de handwortel van de gelijknamige hand de rugspieren aan de heterolaterale zijde. Het kneedmoment is naar craniaal gericht. Met de voorbeweging wordt de huid strak getrokken.

Petrissage rug nr. 04
1-handige lengtepetrissage van de rug. Kneed met de gelijknamige hand de m. latissimus dorsi aan de heterolaterale zijde. Voer de kneding uit tussen duim, duimmuis en vingers enerzijds en de thorax anderzijds. Het kneedmoment is naar craniaal gericht.

Petrissage rug nr. 05
1-handige lengtepetrissage van de rug. Kneed met de gelijknamige hand de m. latissimus dorsi aan de heterolaterale zijde. Haal de spier uit zijn ligging, geef rek naar craniaal en druk de spier uit in de hand.

Petrissage rug nr. 06
1-handige lengtepetrissage van de rug. Kneed met de duimmuis van de gelijknamige hand de m. erector spinae aan de heterolaterale zijde. De voorbeweging trekt de huid strak. Het kneedmoment is naar craniaal gericht.

Petrissage rug nr. 07
1-handige lengtepetrissage van de rug. Kneed met de pinkmuis van de gelijknamige hand de m. erector spinae aan de heterolaterale zijde. De voorbeweging trekt de huid strak. Het kneedmoment is naar craniaal gericht.

Petrissage rug nr. 08
1-handige dwarse petrissage van de rug. Kneed met de gelijknamige hand (volle hand) de rugspieren aan de heterolaterale zijde. De voorbeweging trekt de huid strak. Het kneedmoment is tegen de onderlaag.

Petrissage rug nr. 09
1-handige dwarse petrissage van de rug. Kneed met de handpalm van de gelijknamige hand in delen de rugspieren aan de heterolaterale zijde. Werk hierbij van mediaal naar lateraal. De voorbeweging trekt de huid strak. Het kneedmoment is tegen de onderlaag.

Petrissage rug nr. 10
1-handige dwarse petrissage van de rug. Kneed met de handwortel van de gelijknamige hand in delen de rugspieren aan de heterolaterale zijde. Werk hierbij van mediaal naar lateraal. De voorbeweging trekt de huid strak. Het kneedmoment is tegen de onderlaag.

Petrissage rug nr. 11
2-handige dwarse petrissage van de rug. Pak de m. latissimus dorsi aan heterolaterale zijde met beide handen omvattend op en beweeg de handen tegen elkaar in. Het kneedmoment is een rekmoment.

Petrissage rug nr. 12
2-handige dwarse petrissage van de rug. Plaats de handen in lengterichting aan weerszijden van de m. erector spinae. Geef onder constante druk naar centraal, toe- en afnemende druk naar mediaal.

Petrissage rug nr. 13
2-handige dwarse petrissage van de rug. Plaats de gelijknamige hand in lengterichting met de vingers naar caudaal gericht op de wervelkolom, ter bescherming ervan. Plaats de ongelijknamige hand dwars, met de handwortel naast de m. erector spinae aan homolaterale zijde en kneed ermee naar centraal en mediaal.

Petrissage rug nr. 14
2-handige dwarse petrissage van de rug. Plaats beide handen op elkaar dwars over de m. erector spinae aan de heterolaterale zijde zodat de vingertoppen achter de rand van de spier (aan heterolaterale zijde) haken. Trek de vingertoppen naar mediaal.

Petrissage rug nr. 15
1-handige dwarse petrissage van de rug. Plaats de ongelijknamige hand met de duimmuis aan homolaterale zijde tegen de rand van de m. erector spinae en kneed de spier dwars op de lengterichting tegen de wervelkolom naar centraal en mediaal.

Petrissage rug nr. 16
1-handige dwarse petrissage van de rug. Plaats de gelijknamige hand met de pinkmuis aan heterolaterale zijde tegen de rand van de m. erector spinae en kneed de spier dwars op de lengterichting tegen de wervelkolom naar centraal en mediaal.

Petrissage rug nr. 17
2-handige dwarse petrissage van de rug. Plaats beide handen met de handwortel of pinkmuis aan de laterale zijden tegen de rand van de m. erector spinae. Kneed de spieren met beide handen tegelijk dwars op de lengterichting tegen de wervelkolom naar centraal en mediaal.

Petrissage rug nr. 18
2-handige dwarse petrissage van de rug (bidgreep). Plaats beide handen met de handwortel aan de laterale zijden van de m. quadratus lumborum. Verstrengel de vingers om extra kneedkracht te kunnen geven. Kneed de spieren met beide handen tegelijk dwars op de lengterichting naar centraal en mediaal.

Fricties

Frictie rug nr. 01
Frictie van de rug met de duim. Maak kleine cirkelbewegingen. Bouw de druk op tot het gewenste niveau, rekening houdend met mogeljike afweerspanning.

Frictie rug nr. 02
Frictie van de rug met de ondersteunde wijsvinger. Plaats de top van de middelvinger op de nagel van de wijsvinger. Maak kleine cirkelbewegingen. Bouw de druk op tot het gewenste niveau, rekening houdend met mogeljike afweerspanning. Door de ondersteuning is dit een intensievere techniek.

Frictie rug nr. 03
Frictie van de rug met meerdere vingers. Maak kleine cirkelbewegingen. Bouw de druk op tot het gewenste niveau, rekening houdend met mogeljike afweerspanning. Door het grotere oppervlak is deze techniek minder intensief.

Schuddingen

Schudding rug nr. 01
1-handige directe schudding van de rug. Plaats de hand in lengterichting op de spier en maak vanuit de onderarm losjes ritmische dwarse schudbewegingen.

Tapotements

Tapotement rug nr. 01
Pronerende waaierslagen.

Tapotement rug nr. 02
Supinerende waaierslagen.

Tapotement rug nr. 03
Battre a l’air comprime.

Tapotement rug nr. 04
Gesloten vuist.

Tapotement rug nr. 05
Half gesloten vuist.

Tapotement rug nr. 06
Half open vuist, supinerend.

Huidhandgrepen

Huidhandgreep rug nr. 01
Huidhandgreep van de rug (huidplukken). Pak de huid op tussen de duim en de vingers. Het oppakmoment is kort.

Huidhandgreep rug nr. 02
Huidhandgreep van de rug (harmonicagreep). Plooi de huid tussen de wijsvingers. De techniek wordt afwisselend rekkend en duwend uitgevoerd.

Huidhandgreep rug nr. 03
Huidhandgreep van de rug (huidrollen). Maak een rolletje van de huid tussen duimen en vingers. Loop met de vingers over de huid terwijl de duim het huidrolletje voortduwt. Hier wordt de techniek paravertebraal in lengterichting (caudaal naar craniaal) uitgevoerd.

Huidhandgreep rug nr. 04
Huidhandgreep van de rug (huidrollen). Maak een rolletje van de huid tussen duimen en vingers. Loop met de vingers over de huid terwijl de duim het huidrolletje voortduwt. Hier wordt de techniek aan de laterale zijden van de rug in lengterichting (caudaal naar craniaal) uitgevoerd.

Huidhandgreep rug nr. 05
Huidhandgreep van de rug (huidrollen). Maak een rolletje van de huid tussen duimen en vingers. Loop met de vingers over de huid terwijl de duim het huidrolletje voortduwt. Hier wordt de techniek in dwarse richting (mediaal naar lateraal) uitgevoerd.

Reibungen

Reibung rug nr. 01
Reibung (wrijving) van de rug. Ga heen (van caudaal naar craniaal) met de rugzijde van de vingers, terug met de vlakke hand.

Reibung rug nr. 02
Reibung (wrijving) van de rug (Harkengriff). Ga heen (van caudaal naar craniaal) met de rugzijde van de vingers, terug met de gebogen vingers.

Reibung rug nr. 03
Reibung (wrijving) van de rug. Ga heen (van caudaal naar craniaal) met de rugzijde van de vingers, terug zigzaggend met de gebogen vingers.

Reibung rug nr. 04
Reibung (wrijving) van de rug (Harkengriff). Ga heen (van caudaal naar craniaal) met de rugzijde van de vingers, terug met de gebogen vingers in een hoog tempo.

Reibung rug nr. 05
Reibung (wrijving) van de rug (Rustgriff). Wrijf met gesloten vuisten in alle richtingen (cirkels).

Reibung rug nr. 06
Reibung (wrijving) van de rug (frotteren). Wrijf met een stugge handdoek in alle richtingen (cirkels).

Uitstrijkingen

Uitstrijking rug nr. 01
Uitstrijking van de bekkenrand aan heterolaterale zijde met de ulnaire zijde van de ongelijknamige hand.

Uitstrijking rug nr. 02
Uitstrijking van de ribbenboog aan heterolaterale zijde met de ulnaire zijde van de gelijknamige hand.

Uitstrijking rug nr. 03
Uitstrijking van de tussenribruimten aan heterolaterale zijde met de vingertoppen van de gelijknamige hand. Strijk van mediaal naar lateraal.

Uitstrijking rug nr. 04
Uitstrijking van de tussenribruimten aan heterolaterale zijde met de vingertoppen van de gelijknamige hand. Strijk van lateraal naar mediaal. De vingertoppen van de ongelijknamige hand haken tussen die van de gelijknamige hand. De ongelijknamige hand stuurt de beweging.