Tagarchief: sportzorgmasseur

Nieuw: digitaal cliëntendossier Sportzorgmasseur

In samenwerking met ACE Algemeen Centrum voor Examinering heeft Masseurs netwerk Nederland speciaal voor de sportzorgmasseur een digitaal cliëntendossier ontwikkeld.

Het cliëntendossier bestaat uit de volgende onderdelen:

  • Gebruikshandleiding
  • behandelkaart
  • cliëntenkaart
  • formulier screening
  • formulier anamnese
  • formulier inspectie
  • formulier functieonderzoek
  • formulier palpatie
  • formulier behandelplan

Het digitaal cliëntendossier is te bestellen in de webshop van Masseurs Netwerk Nederland.

De gebruikshandleiding kan je hier gratis downloaden, zodat je je kunt oriënteren op het werken met en de inhoud van het digitale cliëntendossier.

Schouderaandoeningen: Onderzoek, differentiatie en behandeling -1-

Datum: 22-03-2019 van 19:30 tot 21:30
Locatie: Sportpark Vierhoeven, Nispenseweg 3, 4707 RA Roosendaal
Kosten: € 12,40 excl. btw

aanmelden

Inleiding

De schouder, misschien wel één van de meest complexe, maar ook een van de meest interessante gewrichten van het menselijk lichaam. Het schoudergewricht, ofwel articulatio humeri, kan eigenlijk niet benaderd worden als een alleenstaand gewricht, maar moet worden gezien als een keten van meerdere gewrichten.

schouder netwerkbijeenkomst 1

De volgende vragen stellen we in de bijeenkomst aan de orde:

  • Welke gewrichten zijn dit?
  • Hoe werken deze gewrichten samen?
  • Welke klachten kunnen er ontstaan in de schouderregio?
  • Waar liggen de behandelbare aspecten voor de sportmasseur en voor de fysiotherapeut?

Doel van de bijeenkomst

Het doel van deze bijeenkomst is het leren begrijpen, onderzoeken en behandelen van de complexe schouderregio. We gaan in op de verschillende gewrichten in de schouderketen en de manier waarop deze gewrichten samen werken. Verder gaan we kijken welke testen in de literatuur worden beschreven en gaan we na welke behandelvormen in deze complexe regio mogelijk zijn.
Na afloop van deze bijeenkomst zal je kennis over het schoudergewricht zijn verbreed waardoor je vanuit een breder perspectief en met een dieper inzicht schouderaandoeningen zal kunnen behandelen.

Inhoud

  • Etiologie schouderklachten
  • Anatomie schouder (keten)
  • Differentiaal diagnostiek schouder
  • Onderzoek schouderklachten
  • Behandelvormen schouderklachten

De netwerkbijeenkomst over schouderklachten zal, wegens de enorme hoeveelheid interessante materie, worden verdeeld over twee bijeenkomsten. Vergeet niet je voor beide bijeenkomsten afzonderlijk online aan te melden.

Bijeenkomst 1

In de 1e bijeenkomst staat de anatomie en differentiaaldiagnose centraal.
Welke structuren lopen er allemaal in de schouder en hoe zijn deze te palperen?
Wat is de functie van deze structuren en hoe werken deze samen?
Verder gaan we kijken wat de meest voorkomende aandoeningen zijn in de schouder en wat de kenmerken zijn per aandoening.

Bijeenkomst 2

In de 2e bijeenkomst over de schouder starten we met een korte herhaling van deel 1. Daarna gaan we in op het onderzoek van de schouderregio aan de hand van het algoritme van Cools. Stap voor stap gaan we kijken wat we precies onderzoeken en wat de uitkomst van de testen betekent. Aan de hand van deze testen, en de uitkomsten ervan, stellen we een behandelplan op en kijken we wat de behandelbare grootheden zijn voor de sportmasseur en op welke manier een juiste samenwerking kan ontstaan met de (sport)fysiotherapeut en de (sport)arts.

Docent

De bijeenkomst zal worden verzorgd door Erwin Adan,
fysiotherapeut bij Fysiotherapie Zeeland erwin adan new
en topsporter. Erwin is een atleet gespecialiseerd in de middellange afstand en werkt als fysiotherapeut met (top)sporters uit allerlei takken van sport. Erwin volgt op het moment de masteropleiding manuele therapie. Hij geeft lezingen en workshops voor Masseurs netwerk Nederland.

aanmelden

Knieklachten: Onderzoek, differentiatie en behandeling

Datum: 16-11-2018 van 19:30 tot 21:30
Locatie: Sportpark Vierhoeven, Nispenseweg 3, 4707 RA Roosendaal
Kosten: € 12,40 excl. btw

aanmelden

Inleiding

kniegewrichtDe knieën zijn bij uitstek gewrichten die grote inwerkende krachten te verduren krijgen, met name in de sport. Hierdoor kunnen zowel acute blessures ontstaan als blessures die ontstaan
door overbelasting. Welke klachten kunnen er optreden in de knie? Wat is het verschil tussen acute blessures en overbelastingblessures?
Hoe handel je bij acute knieblessures en wat is het te volgen beleid bij deze klachten?
Dit en meer in deze netwerkbijeenkomst over knieklachten.

Doel van de bijeenkomst

Het doel van deze bijeenkomst is kennis vergaren van de verschillende pathologieën die kunnen ontstaan in en rondom het kniegewricht. Je leert het ontstaansmechanisme van verschillende acute blessures, hoe je ze kunt herkennen en hoe je hierbij moet handelen. Wat zijn bijvoorbeeld de rode vlaggen in het kniegewricht?
Ook blessures als gevolg van een langdurige overbelasting komen in het kniegewricht vaak voor. Binnen deze netwerkbijeenkomst leer je verschillende blessures van elkaar te onderscheiden en leer je het te volgen beleid bij verschillende knieklachten.

Inhoud

  • Anatomie kniegewricht
  • Indeling knieklachten acuut / overbelasting
  • Rode vlaggen knieklachten
  • Differentiaal diagnostiek knieklachten
  • Onderzoek bij acute knieklachten
  • Beleid bij acute knieklachten

Docent

erwin adan hardloperDe bijeenkomst zal worden verzorgd door Erwin Adan, fysiotherapeut en manueel therapeut bij Fysiotherapie Zeeland en topsporter. Erwin is een atleet gespecialiseerd in de middellange afstand en werkt als fysiotherapeut met (top)sporters uit allerlei takken van sport. Hij schrijft artikelen en geeft lezingen en workshops voor Masseurs Netwerk Nederland.

 

 

 

Klachten aan scheen, enkel en voet: onderzoek, differentiatie en behandeling

Datum: 14-09-2018  van 19:30 tot 21:30
Locatie: Sportpark Vierhoeven, Nispenseweg 3, 4707 RA Roosendaal
Kosten: € 12,40 excl. btw

aanmelden

Inleiding

Klachten aan het scheenbeen, de enkel en de voet zijn veel voorkomende klachten, met name binnen de sportwereld. De bekende ‘shin splints’ is een veelvoorkomende klacht bij hardlopers en distorsies van het enkelgewricht komen vaak voor bij sporten met veel rotatie, acceleratie en contactmomenten. Pijnklachten aan de voet en tenen komen ook met name voor bij een repeterende hoge lokale belasting of bij traumamomenten bij contactsporten.
Injury-Ankle
Wat zijn de meest voorkomende klachten aan het scheenbeen, de enkel en de voet en waaruit bestaat een goed onderzoek en behandeling van deze structuren? Dit en meer in deze netwerkbijeenkomst.

Doel van de bijeenkomst

Het voornaamste doel van deze bijeenkomst is het leren herkennen van veel voorkomende aandoeningen in de scheen-, enkel- en voetregio. Als sportverzorger en sportmasseur zal je in de praktijk geregeld te maken krijgen met pijnklachten in deze regio, waardoor het dus van cruciaal belang is bepaalde aandoeningen te herkennen en op een juiste manier te handelen. Hoe herken je bijvoorbeeld een breuk van het onderbeen of de enkel en wat te doen bij klachten door een langdurige overbelasting of een trauma?

Inhoud

  • Anatomie scheen, enkel en voet
  • Differentiaal diagnostiek
  • Onderzoek
  • Hoe te handelen?

Docent

erwin adan newDe bijeenkomst zal worden verzorgd door Erwin Adan, fysiotherapeut en manueel therapeut bij Fysiotherapie Zeeland en topsporter. Erwin is een atleet gespecialiseerd in de middellange afstand en werkt als fysiotherapeut met (top)sporters uit allerlei takken van sport. Hij schrijft artikelen en geeft lezingen en workshops voor Masseurs Netwerk Nederland.

Frozen Shoulder

Datum: Vrijdag 12 oktober 2018 19:30 – 21:30 uur
Locatie: MBO Amersfoort, Sportpark Bokkeduinen, 11, Amersfoort
Kosten: € 12,40 excl. btw

Inleiding

De netwerkbijeenkomst “De Frozen shoulder” informeert uitgebreid over de ondersteunende behandeling van de frozen shoulder. ‘Frozen shoulder’, letterlijk vertaald ‘bevroren schouder’, is een algemene term. Het wil niets anders zeggen, dan dat de schouder beperkt is in het bewegen. En het zegt niets over de pijn.

De klachten beginnen vaak met een pijnlijke en stijve schouder. Plotseling kan er een hevige pijn in de schouder optreden, waardoor je je arm niet of nauwelijks kunt bewegen. Kenmerkende alledaagse activiteiten, zoals het kammen van je haar of het aantrekken van een jas, moeilijk of onmogelijk.
Als je de term “frozen” (“bevroren”) hebt, heb je natuurlijk ook te maken met het “bevriezen” (“freezing phase”) en met het “ontdooien” van de schouder (“thawing phase”). Als een frozen shoulder ontstaat (freezing), raakt het kapsel ontstoken en stijf. De ontsteking veroorzaakt verklevingen in het kapsel dat zich rond het glenohumerale gewricht bevindt. Hierdoor worden de bewegingsmogelijkheden van het schoudergewricht beperkt. De oorzaken van een frozen shoulder zijn eigenlijk niet bekend; het is een buitensporige reactie op een externe prikkel. Maar er zijn wel wat risicoverhogende factoren.
Het opvallend is, dat, ondanks de lange duur de schouderfunctie weer volledig of nagenoeg volledig hersteld, zonder of met hele milde restverschijnselen.

Doelstelling van de bijeenkomst

De deelnemer aan de bijeenkomst is in staat om na het volgen van de netwerkbijeenkomst antwoord te geven op de volgende vragen:

  • Welke fases zijn te onderscheiden in de “frozen shouder”?
  • Wat zijn per fase de kenmerken?
  • Zijn er zogenaamde rode vlaggen voor het behandelen van de “frozen shoulder”?
  • Welke ondersteuning kan geboden worden in welke fase?

Vragen kan je tot uiterlijk 2 weken voorafgaand aan de bijeenkomst indienen via het contactformulier 

Docent

Tjitte Kamminga was als docent fysiotherapie meer dan 30 jaar werkzaam aan de Hogeschool Leiden. Daarnaast werkte hij parttime als zelfstandig fysiotherapeut/manueel therapeut, m.n. gericht op sportblessures en onbegrepen klachten in Den Haag en ‘s Gravenzande. Na het stoppen met lesgeven heeft hij zijn praktijkwerkzaamheden uitgebreid. Hij adviseert veel sporters en hardlopers, in het bijzonder in geval van blessures.
Hij schreef een drietal boeken met als laatste ‘De nieuwe warming-up’ .Tevens publiceert hij regelmatig over onderwerpen als de warming-up, bewegen voor ouderen, e.d. Voor uitgebreidere informatie kunt u zijn website www.tjittekamminga.nl raadplegen.

Literatuur

Het Schoudernetwerk heeft een richtlijn Frozen shoulder in 2017 gepubliceerd. Deze kunt u downloaden van de website. Daarnaast is er veel literatuur te vinden via www.pubmed.com.

Opleiding Sportzorgmasseur

Inleiding

De opleiding Sportzorgmasseur is dé vervolgopleiding voor de gediplomeerde sportmasseur. Met deze opleiding neem je als gediplomeerd Sportzorgmasseur een serieuze plaats in de sportzorgketen in. Het NGS heeft het initiatief genomen voor het opstellen van het kwalificatieprofiel. Het SCAS ( = Stichting Certificering Actoren in de Sportgezondheidszorg) accrediteert de opleidingen. Uitgangspunt is het kwalificatieprofiel Sportzorgmasseur van het NGS. Volg dus altijd de opleiding Sportzorgmasseur bij een SCAS geaccrediteerd opleidingsinstituut.  Met je diploma sportzorgmasseur kan je worden opgenomen in het SCAS register Sportzorgmasseur en kan je een vermelding krijgen op Sportzorg. Op deze site zoeken zeer veel sporters naar een sportmasseur / sportzorgmasseur. Let op: als sportmasseur kan je geen vermelding krijgen op sportzorg. nl

     

Inhoud

Belangrijke onderwerpen die in de opleiding Sportzorgmasseur naar voren komen zijn o.a.:

  • Pathofysiologie van het bewegingsapparaat en genezingsprocessen
  • Blessures, blessurepreventie en blessurebehandelmogelijkheden
  • Screening en rode vlaggen herkennen
  • Gebruik meetinstrumenten en gevalideerde vragenlijsten
  • Uitbreiding functieonderzoek met diverse specifieke onderzoekstechnieken
  • Klinisch redeneren
  • Nieuwe tapetechnieken: conventionele tape, kinesiotape en dynamic tape
  • Kracht- en stabiliteitstraining
  • Diverse specifieke rekkingstechnieken: Janda, Hold-relax, Hold-contract
  • Mobiliseren
  • Opzetten, samenwerken en onderhouden van de sportzorgketen
  • Uitbreiding digitaal cliëntendossier

Meer informatie en aanmelden

Op 3 maart 2018 start de opleiding Sportzorgmasseur in Amersfoort.
Meer informatie en aanmelden

Sportmassage bij badminton

Op vrijdag 26 januari 2018 organiseert Massageteam4U in samenwerking met MSP Opleidingen een uniek kennisevent over Massage bij badminton.

De Nederlands kampioen Marc Caljouw vertelt hoe hij sportmassage inzet bij zijn trainingen en wedstrijden. Maarten de Fockert, een zeer ervaren sportfysiotherapeut gaat in op specifieke badmintonblessures en het voorkomen ervan. Gerrit van Olst tenslotte, gaat als top sportmasseur in op hoe sportmassage optimaal in te zetten bij badmintonners. Gerrit begeleidt al jarenlang als sportmasseur zowel nationale als internationale topsporters en werkt voor diverse sportbonden in Nederland als sportmasseur. We gaan natuurlijk ook praktisch masseren!

Praktische informatie

Core stability

Inleiding

In de jaren 90 stelde Hodges (1) dat de m. transversus abdominis altijd aanspande voordat er daadwerkelijk een beweging gemaakt werd in het lichaam. Dit noemde hij het feedforward mechanisme. Hij stelde dat deze spier daardoor een belangrijk onderdeel vormde in de stabilisatie van de wervelkolom. Mede door deze theorie is er steeds meer aandacht gekomen voor het belang van stabiliteit en bewegingscontrole van het bewegingssysteem. Zo zijn de cirkels van O’Sullivan een model, dat bedacht is voor het trainen en verbeteren van de stabiliteit (2). Sinds de jaren 90 heeft de aandacht voor stabiliteit van de romp een enorme vlucht genomen. Tegenwoordig doet bijna iedereen aan “core stability” binnen de verschillende trainingen. De vraag rijst echter wat is “core stability”? De gebruikte bewoording, “core stability”, wordt binnen de wetenschappelijke literatuur nauwelijks gebruikt, het is dan ook meer een populaire benaming. Gangbaarder is te spreken over stabiliteit training. De term stabiliteit training kan ook breder ingezet worden aangezien er ook stabiliteit van bijvoorbeeld het enkel gewricht getraind kan worden. In dit artikel wordt stil gestaan bij wat stabiliteit en stabiliteit training is en hoe je dit op een juiste wijze kan uitvoeren.

Evidentie

Binnen de fysiotherapie wordt stabiliteit training veel gebruikt bij aspecifieke lage rugklachten. Er is daardoor veel onderzoek gedaan naar de resultaten van stabiliteit training bij aspecifieke lage rugklachten. De resultaten zijn wisselend van aard en stabiliteit training is niet per definitie beter dan andere interventies (3). Zo is er matig bewijs dat specifieke stabiliteit training gelijkwaardig is aan andere oefentherapeutische interventies (3). Vanuit een randomized control trial over dit onderwerp wordt dan ook de conclusie getrokken dat de keuze van het soort oefentherapeutische interventie moet afhangen van de voorkeuren van de patiënt (4). Deze conclusie wordt ondersteund vanuit een recente Cochrane review (3).Het gebruik van stabiliteit training binnen de sport ter preventie van blessures wordt eveneens meer en meer onderzocht. De kwaliteit van deze onderzoeken lijkt echter achter te blijven. Op basis van twee recente reviews, waarvan één zich richt op preventie bovenste extremiteit en de andere kijkt naar lage rugklachten bij atleten, concluderen beide dat er onvoldoende kwantitatieve en kwalitatieve artikelen te vinden zijn (5,6). Tot op heden lijkt er dan ook onvoldoende wetenschappelijk bewijs te zijn voor stabiliteit training ter preventie van sportblessures. Meer kwalitatief onderzoek in die richting is nodig om conclusies te kunnen trekken (5,6).

Stabiliteit

Om te begrijpen hoe stabiliteit training op een juiste wijze kan worden uitgevoerd, is het belangrijk het begrip stabiliteit binnen het menselijk lichaam helder te omschrijven. Hiervoor gebruiken we de theorie van Panjabi (7). Panjabi stelt dat de stabiliteit in een gewricht uit 3 pijlers bestaat: een passief systeem, een actief systeem en een controle systeem (figuur 1).

Figuur 1: Stabiliteitstheorie Panjabi 

Het passieve systeem, kijkend naar de wervelkolom, bestaat uit de wervels en de ligamenten tussen de wervels. Deze structuren kunnen niet direct veranderd worden en leveren een zekere mate van stevigheid aan de wervelkolom. Het actieve systeem bestaat uit de spiergroepen rondom de wervels. De spiergroepen worden soms onderverdeeld in locals en globals. De locals (figuur 2) zijn de spiergroepen die hun origo en insertie van wervel naar wervel hebben lopen. Denk hierbij aan de m. intertransversarii en de m. interspinales. De locals zorgen ervoor dat elke wervel ten opzichte van elkaar op de juiste positie blijft. Hiervoor zijn ze altijd aan het werk, meestal in een isometrische aanspanning.

Figuur 2: Locals spieren

De globals zijn de grote spieren eromheen. Insertie en origo van deze globals slaan vaak meerdere wervels over. Denk hierbij aan de m. erector spinae die bestaat uit de m. longissimus, m. iliocostalis en de m. spinalis. Hierdoor zijn de globals uitermate geschikte om de grote bewegingen in het lichaam te maken. De globals zijn ook vele malen sterker dan de locals.Het controle systeem is het zenuwstelsel. Dit systeem krijgt en verwerkt constant informatie via het passieve en actieve systeem. Na verwerking stuurt het weer informatie terug zodat de stabiliteit in stand gehouden wordt. Dit is een continu proces waardoor bij een juist werkend systeem de stabiliteit in de gewrichten bewaard blijft.

Drie systemen

Uitgaande van bovenstaande theorie met betrekking tot stabiliteit kan het worden toegepast bij stabiliteit training. Voordat er gestart wordt met stabiliteit training is het belangrijk om te bepalen welk van de drie systemen binnen stabiliteit getraind gaat worden. Hiervoor is het, meestal, eerst nodig te bepalen welk van de drie systemen achterligt op de andere systemen. Het passieve systeem is niet direct te trainen door stabiliteit training; het kan wel een rol spelen bij verminderde stabiliteit. Denk hierbij aan een inversietrauma van de enkel waarbij ligamenten beschadigd raken. Bij dit trauma raakt het passieve systeem beschadigd waardoor er een verstoring optreedt in de stabiliteit van de enkel. Het lichaam moet deze verminderde passieve stabiliteit in eerste instantie opvangen door de andere twee systemen meer te gebruiken. Bedenk daarbij dat het actieve systeem niet ineens sterker kan worden: het duurt enige tijd voordat de spieren daadwerkelijk sterker kunnen worden8. Hierdoor blijft alleen het controle systeem over om direct een andere invloed uit te oefenen als reactie op het beschadigde passieve systeem. Het actieve systeem is, zoals hierboven al vermeld, niet in eens sterker te maken. Wel kan het zijn dat het actieve systeem tekort komt als gekeken wordt naar de stabiliteit. Voorbeelden van een verminderd actief systeem zijn moeilijker te geven. Uiteraard is een spier- of peesruptuur een oorzaak van een verminderd actief systeem, echter het actieve systeem kan ook zonder trauma minder optimaal functioneren. Er kan sprake van compensatie strategieën in het lichaam waardoor bepaalde spiergroepen onderbelast (waardoor ze zwakker worden), en andere overbelast ( waardoor ze sterker worden) worden. Oorzaken van het plaatsvinden van een compensatie strategie in het lichaam zijn talrijk en vaak niet precies te achterhalen. We streven ernaar de compensatie strategie op te heffen zodat het lichaam weer zijn eigen beweging strategie kan oppakken.Het vaststellen of spiergroepen te “zwak” of te “sterk zijn, levert diverse vragen op. Deze vragen zouden beantwoord moeten worden om te bepalen welk systeem getraind moet worden tijdens de stabiliteit training. Kunnen spieren te “zwak” of te “sterk” zijn? En zo ja, hoe test je dan of een bepaalde spiergroep te “zwak” of te “sterk” is? Is het daadwerkelijk de spier (of het actieve systeem) dat niet goed functioneert of spelen er andere systemen een rol? Krijgt de spier bijvoorbeeld niet het juiste signaal vanuit het controle systeem? Of is er in het passieve systeem iets mis waardoor het actieve systeem overcompenseert? Zoals we zien speelt het controle systeem een rol bij het beantwoorden van de diverse vragen. Het controle systeem is hervormbaar waardoor het, naar mening van de auteur, het meest complexe systeem is. Dit systeem past zich continu aan en bepaalt wat betreft de stabiliteit onder andere met hoeveel kracht het actieve systeem aanspant om de stabiliteit te behouden. Doordat het controle systeem bepaalt met welke mate het actieve systeem aanspant, is het soms moeilijk om vast te stellen of een spier te “zwak” of te “sterk” is. Wie zegt immers dat bij het testen de spier daadwerkelijk niet meer kracht kan leveren of dat het controle systeem onvoldoende signaal doorstuurt dat de spier moet aanspannen?

Cirkels O’Sullivan

Bovenstaande vragen laten zien dat het niet gemakkelijk is om te bepalen welk systeem getraind moet worden. Uitgaande van de cirkels van O’Sullivan (2) begint de stabiliteit training in de binnenste cirkel. Hier zou je eerst een spier solistisch moeten leren aanspannen. In de meeste gevallen wordt hier de m. transversus abdominus benoemd. Naar mening van de auteur is dit echter niet mogelijk. Als een spier aanspant, zal deze proberen te verkorten en zijn origo en insertie dichter bij elkaar brengen. Wanneer een spier dus solistisch aanspant zou er een beweging moeten volgen (eventuele agonisten van de desbetreffende spier niet meegenomen). Echter, bij de binnenste cirkel van O’Sullivan is het de bedoeling dat er geen beweging plaatsvindt, maar enkel een verharding optreedt die voelbaar is bij de bekkenranden. Als de verharding (en dus de aanspanning) van de spier voelbaar is en er geen beweging plaatsvindt, moet er dus een contra aanspanning (antagonist) plaatsvinden om te voorkomen dat er beweging plaatsvindt. Een gemakkelijk voelbaar voorbeeld bij jezelf is het aanspannen van je biceps met je elleboog in 90 graden. Daarbij zal je voelen dat ook de achterkant van je bovenarm, de triceps, aan het werk is om te voorkomen dat de verkorting van de biceps een beweging teweeg brengt in je elleboog.

Toepassing

Bovenstaande zou je bewust moeten maken dat stabiliteit training niet alleen bestaat uit het uitvoeren van oefeningen, zoals een bruggetje of plank, en dat het meer omvat dan het trainen van kracht van de rompspieren. Een bruggetje kán een goede oefening zijn om stabiliteit te trainen. Echter, de uitvoering moet dan wel goed zijn en moet de persoon die de oefening uitvoert vooral bewust voelen wat er gebeurt. Tijdens de uitvoering van een oefening ziet de auteur het liefst dat de persoon die de oefening uitvoert zelf, of de behandelaar, kan aangeven welke spiergroepen actief zijn. Voor een behandelaar is het daarom van belang precies te weten en te begrijpen welke spiergroepen actief zijn tijdens de verschillende oefeningen, welke spierende kracht leveren, welke spieren een kleine bijdrage leveren en welke spieren juist ontspannen zouden moeten zijn. Bij het uitvoeren van een “bruggetje” bijvoorbeeld zijn het vooral de gluteaal spieren (om precies te zijn alle heup extensoren) die de kracht leveren om omhoog te komen. Bij het vervolgens in een rechte positie houden van de rug, zullen de extensoren van de rug actief moeten zijn, omdat de zwaartekracht de rug immers naar flexie trekt. Voelt iemand echter bij het uitvoeren van het bruggetje vooral veel kracht in zijn rug, dan wordt de beweging niet correct uitgevoerd.  Je kunt je dan afvragen of de betreffende persoon onvoldoende kracht heeft in zijn gluteaal musculatuur. Maar ook of het controle systeem wellicht te weinig input geeft naar de gluteaal regio en teveel naar de extensoren van de rug. In een dergelijke situatie is het van belang (en soms moeilijk) om de betreffende persoon de juiste aanwijzingen te geven om de kracht van de extensoren te verminderen en die van de gluteaal regio te vergroten. De benodigde aanwijzingen zullen wisselen per persoon en per oefening. Visuele feedback en manuele sturing kunnen daarbij ook een zeer sterke ondersteuning zijn voor veel personen. Wees dus niet bang om iemand aan te raken om ze te helpen bij de oefening. Als je van te voren uitlegt dat je probeert te helpen met door middel van manuele sturing dan staat iedereen hier voor open.

Voorbeeld oefening uitgewerkt

Het maken van een bruggetje start in ruglig met de knieën 90graden gebogen en de voeten op de grond. Van hieruit wordt eerst het bekken achterover gekanteld (de lage rug wordt tegen de grond geduwd). Hierbij vlak je de wervelkolom af. Deze afgevlakte wervelkolom wil je behouden gedurende de hele oefening. De volgende stap is het omhoog bewegen van de heupen waardoor er een vlakke lijn gevormd wordt van je schouders naar je knieën. Hierbij wordt de kracht uit de gluteaal musculatuur gehaald. Bij een juiste uitvoering van de beweging, vindt er een schuine verplaatsing plaats van de heupen. Dit komt doordat de heupgewrichten zich in een geflecteerde positie bevinden en de knieën op een vaste positie blijven tijdens de beweging. Wanneer de kracht bij het omhoog komen meer uit de rug wordt gehaald, zal de kanteling van het bekken eruit getrokken worden waardoor de vlakke rug verloren gaat. Wanneer dit gebeurt, zullen veel personen (en zeker degene met rugklachten) de rug duidelijk gaan voelen. Vaak werkt het om dan opnieuw te beginnen met de oefening en na de bekken kanteling heel bewust vanuit de heupen te laten opstrekken. Geef daarbij ook manueel de richting aan en laat ze voelen waar ze de kracht vandaan moeten halen. Zodra het bruggetje op de juiste wijze is ingenomen, zou de spierspanning voor het grootste gedeelte waarneembaar moeten zijn in de heup extensoren. Voor de uitvoerende persoon voelt het dan aan alsof de bil en de achterkant van het bovenbeen het hardst aan het werk zijn. Bij het weer neerleggen van de billen op de grond is het nog steeds belangrijk om het bekken gekanteld te houden. De bekkenkanteling wordt dan ook pas los gelaten als de billen weer op de grond liggen.

Figuur 3: Bruggetje

Tenslotte

Voor stabiliteit training zijn vele varianten van oefeningen en vele manieren van uitvoeren van deze oefeningen. Naast oefeningen lijkt in de praktijk het gebruik van kinesiotape / medical tape een functie te hebben binnen stabiliteit training. De auteur gebruikt kinesiotape / medical tape om de juiste voorwaarden te scheppen om effectief en efficiënte stabiliteit training te kunnen uitvoeren.
Het is belangrijk dat een persoon merkt wat er gebeurt tijdens de oefeningen. Dat er aandacht is voor wat de persoon voelt tijdens de oefening en of dit ook overeenkomt met wat verwacht is. Vanuit die basis kan doorgebouwd worden naar complexere oefeningen waarbij de persoon zelf merkt wanneer bepaalde spanning, belasting of beweging niet juist is en deze daarop kan corrigeren. Mijn ervaring is dat pas bij de complexere oefeningen het actieve systeem een belemmerende rol kan gaan spelen.

Over de auteur

Elwin den Dulk is sportmasseur, fysiotherapeut en manueel therapeut in opleiding. Hij is werkzaam bij SMC Rijnland en in het bijzonder gespecialiseerd in lage rug en bekkenbodem gerelateerde aandoeningen. Hij heeft in de sport schaatsers en schaatsteams begeleid, waaronder het KNSB Gewest ZH Langebaan Jun A en Neo senioren en Healthy Team.

Dit artikel is mede tot stand gekomen door KT Tape Benelux. KT Tape PRO is een unieke en innovatieve elastische sporttape die ondersteunt en pijnlijk of beschadigd weefsel herstelt. Wat PRO unieke maakt zijn de synthetische microvezels die geen vocht vasthouden en veel meer ondersteuning geeft dan elastische katoenen tapes.

© Masseurs Netwerk Nederland 2017. www.masseursnetwerk.nl
Alle rechten voorbehouden. Overname van het artikel op individuele websites en social media sites is niet toegestaan. Masseurs Netwerk Nederland nodigt u uit een directe link naar het artikel op uw website op te nemen en de link naar het artikel te delen op social media.

Literatuurlijst

1. Hodges PW, Richardson CA. Inefficient muscular stabilization of the lumbar spine associated with low back pain. A motor control evaluation of transversus abdominis. Spine (Phila Pa 1976). UNITED STATES; 1996 Nov;21(22):2640–50.

2. O’Sullivan PB. Lumbar segmental “instability”: clinical presentation and specific stabilizing exercise management. Man Ther. 2000;5(1):2–12.

3. Saragiotto B, Maher C, Yamato T, Costa L, Menezes Costa L, Ostelo R, et al. Motor control exercise for chronic non-specific low-back pain (Review). 2016;(1).

4. Costa LOP, Maher CG, Latimer J, Hodges PW, Herbert RD, Refshauge KM, et al. Motor Control Exercise for Chronic Low Back Pain : A Randomized. Phys Ther [Internet]. 2009;89(12):1275–86. Available from: http://www.ncbi.nlm.nih.gov/pubmed/19892856

5. Stuber KJ, Bruno P, Sajko S, Hayden JA. Core Stability Exercises for Low Back Pain in Athletes: A Systematic Review of the Literature. Clin J Sport Med. 2014;24:448–56.

6. Silfies SP, Ebaugh D, Pontillo M, Butowicz CM. Critical review of the impact of core stability on upper extremity athletic injury and performance. Brazilian J Phys Ther. 2015;19(5):360–8.

7. Panjabi MM. The Stabilizing System of the Spine. Part I. Function, Dysfunction, Adaptation, and Enhancement. J Spinal Disord [Internet]. 1992;5(4):383–9. Available from: http://content.wkhealth.com/linkback/openurl?sid=WKPTLP:landingpage&an=00002517-199212000-000018. Morree J. Dynamiek van het menselijk bindweefsel Functie, beschadiging en herstel. 5th ed. Houten: Bohn Stafleu van Loghum; 2008. 287 p.

Bronvermelding

figuur 1: http://www.jeffcubos.com

figuur 2: http://www.kinproexerciserehab.ca

figuur 3: Trainerz.be

GAS en REM in de sportmassage: Mentaal sterk masseren

Datum: 17 januari 2018 19:30 – 21:30 uur
Locatie: MSP Opleidingen, Rooseveltstraat 12, Leiden
Kosten: € 12,40 excl. btw

aanmelden

Inleiding

Sportmasseurs (en sportzorgmasseurs) bieden fysieke ondersteuning, maar kunnen ook mentaal een belangrijke rol spelen. De vertrouwdheid met de sportmasseur en de massagetafel lokken uit tot praten. De sportmasseur weet daardoor vaak veel van de sporter. ‘GAS en REM in de sportmassage’ maakt je bewust van het effect van je gedrag als sportmasseur op de prestaties en welbevinden van je sporters. Hoe creëer je een veilige en vertrouwde omgeving als sportmasseur, maar geef je ook jouw grenzen aan? Hoe ziet jouw rol als sportmasseur eruit in de mentale begeleiding?

Inhoud

In deze workshop wordt sportpsychologische theorie gekoppeld aan de praktijk. Als eerste wordt nagegaan welke betekenis ‘mentaal’ voor jou heeft als sportmasseur. Wat beheers je al en waar loop je tegenaan? Met je collega’s kun je informatie en kennis delen.  Theoretisch wordt verduidelijkt hoe de koppeling tussen fysiek en mentaal werkt. Dus welke invloed hebben emoties (GAS) en gedachten (REM) op prestatiegedrag?  Welke bijdrage kun je als sportmasseur leveren, voor een evenwicht tussen het GAS en REM (de optimale spanning). Wanneer je weet hoe dit werkt, kun je de sporter helpen scherp te zijn op het juiste moment.

Piekeren of over-analyseren (te veel REM) en te veel emotie (te veel GAS) kan zorgen dat een sporter stress ervaart.

Te veel spanning kun je voelen in de spieren en is zichtbaar in het gedrag van de sporter. Als sportmasseur kun je ‘te veel spanning’ signaleren en de sporter helpen om ‘te dimmen’ of juist ‘gas te geven’. Dit doe je door passende massagetechnieken (sederend of activerend) toe te passen. Daarnaast kan een motiverend gesprek helpen of juist oefeningen gericht op ontspanning, zoals: ademhaling-, ontspanning-, aandacht- en concentratieoefeningen.

Tijdens deze workshop ga je zelf aan de slag met deze mentale vaardigheden, zodat je ervaart hoe het werkt. Er wordt besproken wanneer en hoe je deze technieken als sportmasseur kunt inzetten rondom wedstrijden.

Doel

Wanneer je mentaal sterk masseert, zorg je voor een positief sportklimaat en vergroot je de kans op succes!

  • Bewustwording van effect van je eigen gedrag als sportmasseur op het prestatiegedrag en welbevinden van de sporter;
  • Je leert aansluiten op de mentale behoeftes van de verschillende sporters;
  • Je oefent met de toepassing van mentale vaardigheden voor presteren onder druk.

Docent

Drs. Daniëlle van der Klein-Driesen is SPORTPSYCHOLOOG VSPN®, docent sportpsychologie VSPN en orthopedagoog. In haar praktijk Flow Mentale Training in Rotterdam begeleidt zij topsporters, talenten, coaches, ouders en scheidsrechters vanuit verschillende sporten. Zij is gediplomeerd klassiek- en sportmasseur.

Daniëlle werkt op het Thorbecke Voortgezet Onderwijs voor Sport en Dans. Als sportpsycholoog is zij verbonden aan Intime Tennis Academy, Focus Tennis Academy,  Excelsior, CTO Metropool Den Haag-Rotterdam-Dordrecht. Daniëlle is supervisor voor de postacademische opleiding voor sportpsychologie.

Kijk voor meer informatie op www.flowmentaletraining.nl of www.gasenrem.nl

 

 

Krachttraining bij ouderen

 

Eerder verscheen het eerste deel van een tweeluik waarin specifieke aandachtspunten werden beschreven voor krachttraining bij kwetsbare groepen. Dit onderwerp is voor de sport(zorg)masseur van belang, omdat hij of zij een belangrijke rol kan spelen bij bijvoorbeeld het herstel van blessures, het uitvoeren van herstelprogramma’s en het verbeteren van belastbaarheid bij sporters. Zeker bij kwetsbare groepen is dit een verantwoordelijkheid die vraagt om specifieke kennis. Waar in het eerste deel van dit tweeluik de aandachtspunten voor krachttraining bij jeugd zijn besproken, spitst dit tweede deel zich toe op een andere kwetsbare groep, namelijk ouderen.

Inleiding

Ouder worden gaat gepaard met een achteruitgang van het neuromusculaire en cardiovasculaire systeem. Spierkracht en -massa worden minder en daarmee wordt ook de capaciteit om algemene dagelijkse levensverrichtingen uit te voeren kleiner (Borde et al., 2015; Cadore et al., 2014). Daarnaast leidt verminderde spierkracht ook tot minder mobiliteit en een grotere kans op vallen. Hoe minder actief iemand is, des te eerder deze leeftijd gerelateerde veranderingen zullen optreden (Mayer et al., 2011). Krachttraining blijkt deze achteruitgang echter te kunnen tegengaan of verminderen.
Het aantal ouderen groeit de komende jaren sterk, dus het thema krachttraining voor deze kwetsbare groep is zeer relevant. Daarom is het van belang om te weten welke adviezen je in dat opzicht kunt geven aan ouderen. Dit artikel beschrijft de voordelen en de risico’s van krachttraining bij ouderen en geven we richtlijnen om ouderen op een veilige manier aan krachttraining te kunnen laten doen.

Voordelen en risico’s

Regelmatige krachttraining heeft voor ouderen vele voordelen. Zo heeft het bijvoorbeeld een positief effect op risicofactoren voor aandoeningen die gepaard gaan met ouder worden, zoals cardiovasculaire aandoeningen, kanker en osteoporose. Ook gaat krachttraining spierafbraak tegen. Het leidt tot meer spierkracht en een grotere mobiliteit. Hierdoor blijven ouderen langer zelfredzaam, zelfstandig en minder kwetsbaar.

Risico’s zijn er natuurlijk ook. Ouderen, en in het bijzonder wat meer fragiele ouderen, hebben maar een beperkte neuromusculaire capaciteit. Dit maakt dat ze maar beperkt belastbaar zijn en dat een zorgvuldige opbouw van een trainingsprogramma, rekening houdend met deze beperkte capaciteit, dus van groot belang is. Daarnaast hebben ouderen door hun verminderde spierkracht een groter risico op vallen. Veiligheid is bij het uitvoeren van krachttrainingsprogramma’s dus een belangrijk aandachtspunt.

Kracht versus massa

De toename van spierkracht als gevolg van een krachttrainingsprogramma komt in eerste instantie door neurale aanpassingen, ofwel betere samenwerking van vezels binnen een spier en van spieren onderling. Later vindt ook een toename in spiermassa plaats (Mayer et al., 2011). Ook Borde et al. (2015) geven aan dat het waarschijnlijk is dat een toename in spierkracht primair komt door neurale aanpassingen, meer dan door spiergroei. Dit verklaart dat zij een grotere groei in kracht zien dan in omvang.

Richtlijnen voor training

Dat krachttraining leidt tot een toename in spierkracht is helder. De richtlijnen voor krachttraining bij ouderen die volgens de diverse onderzoeken kunnen worden aangehouden zijn als volgt.

Type oefeningen

Programma’s die verschillende typen oefeningen omvatten, gericht op zowel balans, kracht als flexibiliteit, blijken effectiever te zijn bij het controleren van de houding bij ouderen dan geïsoleerde krachtoefeningen. Het lijkt dus zinvol om een gevarieerd programma met al deze componenten samen te stellen.

Volume en intensiteit

Trainen op een hoge intensiteit leidt tot de grootste toename in spierkracht. De beste resultaten hierin worden bereikt bij trainen op 60 tot 85% van de 1RM (dit is het maximale gewicht waarmee een specifieke oefening eenmaal technisch goed uitgevoerd kan worden). Hierbij dient natuurlijk rekening gehouden te worden met de capaciteit van de deelnemer. Bij meer fragiele ouderen kun je starten op 20% van de 1RM en dit geleidelijk opbouwen naar 80%. Drie sets van 8 tot 10 herhalingen laten goede resultaten zien.

Vermindering in spiervermogen (vermogen = kracht x snelheid) lijkt een voorspeller te zijn van functionele beperkingen (bijvoorbeeld bij traplopen of tuinieren). Om zo mobiel en zelfredzaam mogelijk te blijven, lijkt het dus zinvol om vooral te trainen voor een maximale toename in spiervermogen. Dit kan bereikt worden door te trainen op een iets minder hoge intensiteit, ongeveer 40 tot 50% van de 1RM. Op die manier kan getraind worden met een hogere contractiesnelheid en daarmee ontstaat een grotere functionaliteit. Deze explosieve training leidt ook tot minimaal dezelfde hypertrofie (toename in spiermassa) als traditionele krachttraining (Cadore et al., 2014).

Rustintervallen

Wat betreft rustintervallen kan onderscheid gemaakt worden in intervallen tussen sets en tussen herhalingen. De optimale rust moet steeds gezien worden in relatie tot het te bereiken doel. Zo lijkt een rustperiode tussen sets van 3 tot 5 minuten geschikt voor een toename in maximale kracht, terwijl kortere rust (30 tot 60 seconden) passender is als spieruithoudingsvermogen het doel is.
Wat betreft rust tussen herhalingen lijkt 4 seconden het meest effectief te zijn, hoewel deze gegevens slechts gebaseerd zijn op één studie. Hier kunnen praktische afwegingen echter ook een rol spelen. Langere rustintervallen maken dat de training langer duurt en de trainingstijd minder efficiënt gebruikt wordt. Aan de andere kant kan dit juist weer voordelig zijn, omdat ouderen hierdoor beter hun houding kunnen vasthouden tijdens een oefening. Dit verkleint weer de kans op vallen.

Trainingsfrequentie

Om een krachttoename en een toename in spiermassa te bewerkstelligen, moet bij voorkeur twee tot drie keer per week getraind te worden. Voor een optimaal resultaat moet dit wel gebeuren over een langere periode. Borde et al. (2015) laten de beste resultaten zien bij een periode van 50 tot 53 weken.

Conclusie

Voor ouderen is krachttraining een prima manier om met ouder worden gepaard gaande veranderingen tegen te gaan of te verminderen. Het vermindert het risico op diverse aandoeningen en het vergroot de mobiliteit en zelfredzaamheid.
Het is onmogelijk om één alomvattend advies te geven, omdat dit altijd afhankelijk is van het doel. Het lijkt wel altijd zinvol te zijn om een compleet programma te bieden, waarin zowel balans, kracht als flexibiliteit getraind worden. Een dergelijk programma moet minimaal tweemaal per week uitgevoerd worden gedurende een langere periode. De intensiteit mag vrij hoog zijn (tot 80% 1RM) met voldoende rust tussen sets en herhalingen, zodat het risico op vallen geminimaliseerd wordt. Het allerbelangrijkste hierbij is dat bij de keuzes die worden gemaakt rekening wordt gehouden met de capaciteit van de deelnemer.

Over de auteur

Erik den Hartog is als bewegingswetenschapper afgestudeerd aan de Vrije Universiteit in Amsterdam. Hij schrijft o.a. voor Masseurs Netwerk Nederland artikelen.

Dit artikel is mede tot stand gekomen door Fysiowebwinkel, Bodybow Healthcare. Fysiowebwinkel / Bodybow Healthcare levert diverse oefen – en trainingsmaterialen voor de fysiotherapeut, sportmasseur, fitnesstrainer en personal trainer, maar ook voor de individuele sporter.

© Masseurs Netwerk Nederland 2017. Alle rechten voorbehouden. www.masseursnetwerk.nl
Overname van het artikel op individuele websites en social media sites is niet toegestaan.
U wordt uitgenodigd een directe link naar het artikel op de website www.masseursnetwerk.nl op uw website op te nemen en de link naar het artikel te delen op social media.

Bron afbeelding: netpulseblog