Tagarchief: hersteltrainer

Starten na een blessure: wanneer, wat en hoe?

Datum: 7 april 2017 19:30 – 21:30 uur
Locatie: MSP Opleidingen, Rooseveltstraat 12, Leiden
Kosten: € 12,40 excl. btw

aanmelden

Inleiding

Nederlanders sporten veel, en bij dat sporten raken veel sporters geblesseerd. Meestal probeert de sporter op basis van “trial and error” weer terug te komen op het oorspronkelijke niveau van functioneren. Ze gebruiken hiervoor allerlei preventieve maatregelen, zoals bijvoorbeeld warming-up en cooling-down, tapen en bandageren, massage, etc. Vaak lukt dat, echter vaak ook niet.

In deze workshop wordt getracht inzicht te geven in het herstelproces, vanaf het moment van het optreden van de blessure tot aan het begin van de sportspecifieke training. Er wordt een onderscheid gemaakt tussen blessures van spierweefsel, peesweefsel, kapsels en banden. De workshop is chronologisch van opbouw: direct gekoppeld aan de fasen van het herstelproces (WANNEER) wordt beschreven welke activiteit (WAT) verricht mag worden en hoe deze uitgevoerd dient te worden (HOE).bron: www.startwondverzorging.nl

De Stichting Consument en Veiligheid omschrijft een sportblessure als volgt: “Een sportblessure is een letsel, dat ontstaat door een plotselinge gebeurtenis tijdens sportbeoefening of dat geleidelijk ontstaat ten gevolge van het sporten.”

Met andere woorden: er is sprake van weefselschade: beschadiging van ligamenten, gewrichtskapsels, spieren, pezen of kraakbeen. In alle gevallen is er sprake van beschadiging van het bindweefsel.
Een beschadiging zet allerlei reacties in gang, die er voor zorgen het beschadigde weefsel zo goed en zo functioneel mogelijk te herstellen. Met als belangrijkste doel het weer terugbrengen naar de oorspronkelijke situatie. Het genezingsproces, dat direct in gang wordt gezet na de beschadiging, is bij de verschillende soorten weefsel nagenoeg gelijk. Pas tijdens het proces van wondgenezing zal het zich weefselspecifiek gaan “specialiseren”.

Sporters, maar ook sportmasseurs, trainers en begeleiders, vinden het altijd moeilijk te bepalen wanneer ze weer kunnen gaan sporten en wat ze dan mogen en kunnen doen. Er zijn namelijk twee risico’s: of ze beginnen te snel met het sporten of ze beginnen met een te zware belasting. In beide gevallen leidt dit tot hernieuwd letsel.
Om een zo duidelijk en verantwoord mogelijk herstelprogramma te kunnen starten, wordt aan de hand van de fasen van wondgenezing een beleid ten aanzien van de trainingsopbouw weergegeven. De doelstelling van deze workshop is het verkrijgen van inzicht in het wondgenezingsproces, en dan vooral gericht op het herstel van het biomechanisch gedrag (trekkracht, belastbaarheid) van het beschadigde weefsel.

Doelstellingen

De cursist kan na het volgen van de netwerkbijeenkomst antwoord geven op de volgende vragen:

  • Uit welke fasen bestaat het weefselherstelproces?
  • Wat is het verschil tussen een spier-, pees- en/of gewrichtsblessure?
  • Wanneer kan je beginnen met belastingopbouw en hoe pak je dit aan?
  • Welke ‘ondersteunende’ maatregelen kan je bieden: tapen, bandageren, masseren?
  • Wat is de beste manier van voorbereiden op de prestatie, zodat de sporter geen hernieuwde blessures oploopt?
  • Welke oefeningen kunnen bijdragen aan primaire preventie en optimaal presteren?

Tot 1 week voorafgaand aan de netwerkbijeenkomst kan je vragen indienen voor de docent via het contactformulier.

Docent

Tjitte Kamminga was als docent fysiotherapie meer dan 30 jaar werkzaam aan de Hogeschool Leiden. Daarnaast werkte hij parttime als zelfstandig fysiotherapeut/manueel therapeut, m.n. gericht op sportblessures en onbegrepen klachten in Den Haag en ‘s Gravenzande. Na het stoppen met lesgeven heeft hij zijn praktijkwerkzaamheden uitgebreid. Hij adviseert veel sporters en hardlopers, in het bijzonder in geval van blessures.


Hij schreef een drietal boeken, waaronder “De nieuwe warming-up” .Tevens publiceert hij regelmatig over onderwerpen als de warming-up, bewegen voor ouderen, e.d. Voor uitgebreidere informatie kunt u zijn website www.tjittekamminga.nl raadplegen.

Accreditatie

De bijeenkomst is geaccrediteerd door

Literatuur

1. Hawke, T.J. en Garry, D.J. Myogenic satellite cells: physiology to molecular biology. J Appl Physiol. 2001 Aug;91(2):534-51.
2. Hoeksma, A.F. Wondgenezing en de consequenties ervan voor de revalidatie van handletsels. Op: www.revalidatiegeneeskunde.nl, februari 2003.
3. Kamminga, Tjitte. De nieuwe warming-up.uitg. TIRION SPORT. 2011
4. Kamminga, T.H. Niet rekken, maar hoeken. Proloop, juni 2009.
5. Morgan, J.E. en Partridge, T.A. Muscle satellite cells. I : Int. J. Biochem. Biol. 2003 Aug; 35(8):1151-6.
6. Morree, J.J. de. Dynamiek van het menselijk bindweefsel. Uitg. Bohn Stafleu Van Loghum, Houten/Diegem. Vijfde, herziene druk, 2009.
7. Trendrapport bewegen en gezondheid 2000/2014 Uitg. TNO, 2015
8. Frida Smit en Rolf ter Schure, Bouw, functie en herstel van bindweefsel. 2009
9. Snijders, C, Nordin, M., Frankel, V.H. Biomechanica van het spier-skeletstelsel. 2005. pp 237-241
10. Stappaerts, K. en Staes, F. Onderzoek en behandeling van spierverkortingen. 2006, 3e dr.
11. Wingerden, B.A.M. van: Bindweefsel in de revalidatie. Uitg. Scripo Verlag Schaan Liechtenstein, 1997.
12. Zutphen, H.C.F. van, e.a.: Nederlands leerboek de fysische therapie in engere zin Deel I. Springer Media B.V. Vijfde ongewijzigde druk, 2001.
13. Zutphen, H.C.F. van, e.a.: Nederlands leerboek de fysische therapie in engere zin Deel II. Springer Media B.V. Vijfde ongewijzigde druk, 2001.
14. http://www.sport.nl NOC*NSF: de omvang van sportblessures.

Sportmasseur Carole Plooij: preventie steeds belangrijker

‘Preventie wordt steeds belangrijker’

De samenwerking tussen sportmasseur en fysiotherapeut kan veel beter. Dat vindt Carole Plooij. Ze heeft haar eigen massagepraktijk Elorac en is onderdeel van het Massage Collectief Leiden. Ook geeft ze les bij MSP Opleidingen. “Masseurs en fysiotherapeuten kunnen elkaar veel beter aanvullen dan nu gebeurt’’, zegt ze.

carole-web-mcl

Massage Collectief Leiden

Het Massage Collectief Leiden is een samenwerkingsverband tussen acht zelfstandige (sport)masseurs. De samenwerking bevalt Carole goed. “We delen informatie met elkaar. Als de een iets niet weet, kan de ander helpen. Zo komen we allemaal een stapje verder.’’

mcl

Ook heeft het Collectief contacten met enkele fysiotherapiepraktijken. “Sommige fysiotherapeuten staan erg open voor samenwerking, andere niet. Die zijn misschien bang dat wij op de stoel van de fysio gaan zitten, maar dat is natuurlijk niet de bedoeling. Ik mag als masseur alleen gezonde mensen behandelen, een fysiotherapeut behandelt patiënten. Als ik iets tegenkom dat boven mijn kunde gaat, verwijs ik iemand door. Maar wij masseurs signaleren dingen vaak veel eerder dan een fysiotherapeut, omdat mensen pas naar een fysio gaan als ze echt iets mankeren.’’

Fysiotherapeuten masseren niet veel meer

Carole merkt dat veel fysiotherapeuten tegenwoordig nog maar weinig masseren. “Dat zit veel minder in hun opleiding dan vroeger. De fysiotherapeut is een oefeningentherapeut geworden. Dat is goed, maar daardoor is er minder kennis van het echte fysieke contact van een massage. Die kennis hebben sportmasseurs wel. Daarom is samenwerking zo belangrijk, maar dat gebeurt nog te weinig.’’

Eigenlijk wilde Carole (46) na de middelbare school fysiotherapie gaan studeren. Ze heeft er nog spijt van dat ze zich toen, in 1987, heeft laten afschrikken door een decaan op school die zei dat het lastig was om als fysiotherapeut in Nederland een baan te vinden. In plaats van fysiotherapie ging Carole laboratoriumonderwijs aan de Hogeschool Leiden studeren. Al snel vond ze een baan bij Heineken en later ging ze bij het Hoogheemraadschap van Rijnland werken.

Toch bleef het kriebelen en toen haar derde kind was geboren en ze tijdelijk was gestopt met werken, hakte Carole samen met haar man de knoop door. Ze zou weer naar school gaan. Een studie fysiotherapie zat er niet in. Die opleiding was niet te combineren met haar drukke gezin. Maar de opleiding tot sportmasseur kon wél. “Ik ben sportgek’’, zegt Carole.  “En ik ben altijd erg geïnteresseerd geweest in het menselijk lichaam. Ik vind het fascinerend om te zien hoe ons lichaam in elkaar zit en werkt.’’

Loopbaan in de massage start met de opleiding Sportmassage

In 2000 volgde Carole de opleiding tot sportmasseur, waarna ze aan de slag ging bij verschillende sportverenigingen. Maar met die eerste opleiding was de ambitieuze Carole niet klaar, vond ze zelf. “Ik wilde veel meer leren, om mensen echt te kunnen helpen. Natuurlijk staat ontspanning tijdens een massage op één, maar ik wil graag achter de oorzaak van een klacht komen.’’ Daarom volgde ze onder andere cursussen blessurepreventie, lymfedrainage, bindweefselmassage en sport- en kinesiotaping.

carole-foto-1-artikel

Momenteel volgt Carole een cursus stoelshiatsu. “Ik ben begonnen als een echte Hollandse sportmasseur. Doe maar gewoon, dan doe je al gek genoeg. Maar ik ben er steeds meer achter gekomen dat het mentale vaak nog sterker weegt dan het fysieke. Als iemand mentaal niet goed in zijn vel zit, dan heeft dat veel effect op het lichaam. In deze tijd hebben veel mensen last van stress en soms zelfs burn-outs. Bij shiatsu gaat het naast de fysieke massage ook om het mentale. Wellicht dat ik het straks bij  negen van de tien klanten niet gebruik, maar dat die tiende er wel baat bij heeft.’’

Carole wil haar klanten graag bewust laten worden van hun eigen lichaam. “Mensen kunnen heel veel zelf doen. Natuurlijk is het fijn als iemand elke week bij mij op de massagetafel ligt, maar dat is vaak helemaal niet nodig.’’ Carole geeft haar klanten daarom ook regelmatig oefeningen mee. “Dat zijn kleine oefeningen die iemand door de dag heen kan doen. Tijdens het tandenpoetsen bijvoorbeeld. Veel mensen komen bij me met rug- en nekklachten. Niet zo gek, want vaak zitten ze de hele dag ineengedoken achter de computer. Kleine oefeningen en tips kunnen helpen om gedurende de dag meer te ontspannen en een betere houding aan te nemen. Zo kunnen klachten worden voorkomen.’’

Carole, die alweer ruim tien jaar lesgeeft aan nieuwe cursisten sportmassage bij MSP Opleidingen, vindt sowieso dat er in Nederland te weinig aandacht is voor preventie. “De gezondheidszorg loopt wat dat betreft behoorlijk achter’’, zegt ze. “We gaan pas iets doen als het eigenlijk te laat is en de klacht al erg is. Terwijl het lichaam vaak al heel lang signalen afgeeft. Die slaan we alleen vaak in de wind. Ja, ik ook hoor.’’

Carole zelf was vroeger een fanatiek langebaanschaatsster en ook deed ze aan shorttrack. Daarnaast voetbalde ze. Ook zij heeft tijdens het sporten regelmatig signalen van haar lijf genegeerd. Trainers hadden ook vaak niet in de gaten dat de trainingsoefeningen die ze gaven niet altijd even goed waren voor het lichaam van hun pupillen. Op de sportclubs van haar kinderen ziet ze hetzelfde. “Meteen na de zomervakantie wordt er volop getraind, terwijl er vaak weken niets gedaan is. Dan vinden ze het gek dat spelers na een paar weken geblesseerd raken. Je kunt beter iets rustiger opbouwen.’’ Ook als kinderen in de pubertijd komen, neemt het aantal blessures toe. “Jonge kinderen zijn heel flexibel. Die flexibiliteit neemt af naarmate ze ouder worden. Daar zouden trainers rekening mee moeten houden, maar ze weten het vaak niet.’’

Bij elke sportclub een sportmasseur

Eigenlijk zou er bij elke sportclub een sportmasseur of fysiotherapeut betrokken moeten zijn, vindt Carole. Die zou de trainers af en toe kunnen bijpraten over blessurepreventie. Ook zouden klachten bij sporters dan veel eerder gesignaleerd worden. “Veel clubs hebben daar echter geen geld voor. En behandelingen door een masseur worden meestal ook niet vergoed door zorgverzekeraars.’’

Er is dus nog veel terrein te winnen voor de sportmasseur, zowel wat betreft samenwerking met fysiotherapeuten als in het zelfbewustwordingsproces van sporters en coaches. Carole is er echter van overtuigd dat zij en haar vakgenoten een toekomst hebben aan de voorkant van de gezondheidszorg.

“Preventie wordt steeds belangrijker.’’

Elorac-final

www.elorac.nl

 

 

Voeding als middel voor het herstel van (spier)blessures

Datum: 27-05-2016 van 19:30 tot 21:30
Locatie: MSP Opleidingen, Rooseveltstraat 12 in Leiden
Kosten: € 12,40 excl. btw

aanmelden

Deze netwerkbijeenkomst is geaccrediteerd door:
ktno

nvstweblogo

Inleiding

We herinneren het ons nog goed, de voorbereiding op het WK voetbal 2012: Arjan Robben was geblesseerd aan zijn hamstring en er werd met man en macht aan gewerkt om hem op tijd fit te krijgen op het WK. Er zijn veel troeven ingezet door medisch specialisten. Naast medische begeleiding, fysiotherapie en massages kunnen gerichte voedingsmiddelen van toegevoegde waarde zijn bij het herstel van een spierkwetsuur. Het lichaam heeft tijdens het herstel na een opgelopen blessure grote behoefte aan specifieke voedingsmiddelen uit de (basis)voeding om het herstel te optimaliseren.

Afbeelding-Arjen-Robben

Doel van de bijeenkomst

Het doel van deze bijeenkomst is tweeledig. Vanuit een theoretisch kader over het herstel van blessures en voedingsmiddelen wordt een praktische koppeling gemaakt naar advisering van voeding als sportmasseur in de (sport)praktijk. Jij gaat op basis van een theoretisch fundament met handvatten naar huis om de sporter op de massagetafel van advies te kunnen voorzien. We  behandelen een aantal veel voorkomende kwetsuren bij veel beoefende sporten in Nederland. De bijeenkomst zal een interactief karakter hebben, zodat wij samen de theorie in praktijk kunnen brengen.

Inhoud

  • Theorie herstel & voeding
  • Praktijksituaties

Docent

wouter-hardlopenWouter Dijkshoorn is fysiotherapeut en bewegingswetenschapper en werkt als docent aan de Vrije Universiteit Amsterdam. Daarnaast heeft hij een eigen onderneming (Training Tweaks) waarin hij workshops geeft op het gebied van trainingsleer, voeding en coaching. Ook vormt het begeleiden van sporters een onderdeel van zijn werk. Hij bezoekt graag wetenschappelijke databanken om informatie te bundelen en om te zetten in praktische adviezen. Deze gevormde adviezen past hij zelf ook toe als sporter: momenteel is hij een fanatiek triatleet bij de vereniging Dolfijn in Amsterdam.

Voorbereiding

Geen.

aanmelden