Auteursarchief: Joost Mentink

Testpersonen geven de voorkeur aan Acti-tape in vergelijking met een kniebrace

Acti-tape® is een relatief nieuwe elastische therapeutische tape en wordt o.a. gebruikt bij musculoskeletale aandoeningen. Bekende andere merken therapeutische tape zijn bijvoorbeeld Kinesiotape® en Curetape®.

In deze studie zijn 13 personen met osteoarthritis behandeld met Acti-tape en een kniebrace. 6 Personen werden eerst 6 weken behandeld met Acti-tape en daarna, met een tussenliggende “rustperiode” van 1 week, 6 weken met een kniebrace. 7 Personen werden juist eerst 6 weken behandeld met de kniebrace en daarna, met een tussenliggende “rustperiode” van 1 week, 6 weken met Acti-tape.

Zowel bij de behandeling met Acti-tape als met de kniebrace werden vergelijkbare significant relevante resultaten behaald op de VAS score voor pijnbeleving, de UAR test (Unilateral Anterior Reach Test) en de MSD test (Medial Step Down Test). De testpersonen hadden een voorkeur boven het gebruik van Acti-tape ten opzichte van de kniebrace.

Open access Journal of clinical trials 28 april 2014: 29-36

Full text article

Productbespreking: TENS

Inleiding

TENS staat voor “Transcutaneous Electrical Nerve Stimulation”, oftewel transcutane elektrische zenuwstimulatie. TENS wordt voornamelijk gebruikt voor de verlichting van pijn bij verschillende aandoeningen (Koke et al. 2004). Elektrische stimulatie wordt toegepast op de huid (Sluka & Walsh 2003).

Werking TENS

Bij het gebruik van TENS worden er gepulseerde stroompjes gebruikt die via elektroden op de huid de onderliggende zenuwen activeren (Boogaard 2017). Bij het gebruik van TENS wordt er uitgegaan van de poorttheorie. De poorttheorie gaat ervan uit dat door de stimulatie van dikkere, sensorische, zenuwen de dunnere ‘pijn-zenuwen’ geremd kunnen worden (Meijler 2006).

Wetenschappelijk onderzoek

In een systematische review met meta-analyse van Johnson & Martinson (2007) werd het effect van TENS bij pijn aan het musculoskeletale systeem onderzocht. Uit de resultaten bleek dat TENS pijn significant verminderde ten opzichte van een placebo. Jauregui et al. (2016) onderzochten het effect van TENS bij lage rugpijn in een meta-analyse. Uit de resultaten blijkt dat TENS leidde tot een significante vermindering van de pijn bij patiënten met chronische lage rugpijn. Kamali et al. (2017) onderzochten het effect van TENS op de perifere bloedstroom. Uit hun resultaten bleek dat TENS zorgde voor een verhoogde perifere bloedstroom, vooral wanneer TENS werd toegepast op een deel van het autonome zenuwstelsel, de sympathische ganglia (Kamali et al. 2017). Ook kan TENS met hoge frequentie leiden tot een verhoogde concentratie endorfine in de bloedbaan, wat een pijnstillend effect heeft (Vance et al. 2014).

TENS in de massagepraktijk

Massage wordt vaak ingezet bij musculoskeletale klachten en pijnklachten. TENS kan zorgen voor een vermindering van deze klachten. Hierdoor is er voor TENS zeker plaats in de massagepraktijk, mogelijk in combinatie met andere behandelingen. Wel is het van belang rekening te houden met contra-indicaties voor het gebruik van TENS, zoals zwangerschap of de aanwezigheid van een pacemaker. Raadpleeg hiervoor altijd de bijsluiter of handleiding van de fabrikant.

Ik gebruik TENS niet lokaal, maar juist over het hele lichaam. Hiermee verbeter ik de doorstroming van energie bij cliënten met vermoeidheid, stress en burn-out gerelateerde klachten. Bij meer lokale pijnklachten intensiveer ik de behandeling door lokaal extra plakkers te plaatsen. Bij fibromyalgie kan de TENS ook een aanvullende behandelmethode zijn. Reken hierbij dan wel op een langdurige behandelperiode van ca 20 behandelingen. Ik merk dat de TENS nog niet zo bekend is en dat klanten er daarom nog niet zoveel gebruik van maken.

Shanti Merandes De Blauwe Scarabee

Referenties

Köke, A. J., Schouten, J. S., Lamerichs-Geelen, M. J., Lipsch, J. S., Waltje, E. M., van Kleef, M., & Patijn, J. (2004): Pain reducing effect of three types of transcutaneous electrical nerve stimulation in patients with chronic pain: a randomized crossover trial. Pain, 108(1-2), 36-42.

Sluka, K. A., & Walsh, D. (2003): Transcutaneous electrical nerve stimulation: basic science mechanisms and clinical effectiveness. The Journal of pain, 4(3), 109-121.

Boogaard, H. (2017): Kan transcutane elektrische neurostimulatie (TENS) de analgeticaconsumptie laten afnemen bij een patiënt die is behandeld met een transorale excisie van een tongbasiscarcinoom.

Meijler, W. J. (2006): Nociceptie en sensitisatie. Ned Tijdschr Tandheelkd, 113, 433-436.

Johnson, M., & Martinson, M. (2007): Efficacy of electrical nerve stimulation for chronic musculoskeletal pain: a meta-analysis of randomized controlled trials. Pain, 130(1-2), 157-165.

Jauregui, J. J., Cherian, J. J., Gwam, C. U., Chughtai, M., Mistry, J. B., Elmallah, R. K., … & Mont, M. A. (2016): A meta-analysis of transcutaneous electrical nerve stimulation for chronic low back pain. Surg Technol Int, 28, 296-302.

Kamali, F., Mirkhani, H., Nematollahi, A., Heidari, S., Moosavi, E., & Mohamadi, M. (2017): The effect of transcutaneous electrical nerve stimulation of sympathetic ganglions and acupuncture points on distal blood flow. Journal of acupuncture and meridian studies, 10(2), 120-124.

Vance, C. G., Dailey, D. L., Rakel, B. A., & Sluka, K. A. (2014): Using TENS for pain control: the state of the evidence. Pain management, 4(3), 197-209.

 

Presentatie Massage bij kanker

Hier kan je de presentatie bekijken van de netwerkbijeenkomst “Massage bij kanker”.


Masseurs Netwerk Nederland is er voor de massageprofessional en zij die dat willen worden. Sta je achter de doelstellingen van dit platform, doe dan mee en word lid!
Ben je al lid dan stellen wij het bijzonder op prijs als je collega masseurs informeert over Masseurs Netwerk Nederland en hen vraagt ook lid te worden.
Samen met alle masseurs in Nederland maken we Masseurs Netwerk Nederland tot een groot succes!

Presentatie Schouderaandoeningen: Onderzoek, differentiatie en behandeling -1-

Hier kan je de presentatie bekijken van de netwerkbijeenkomst “Schouderaandoeningen: Onderzoek, differentiatie en behandeling -1-“

Masseurs Netwerk Nederland is er voor de massageprofessional en zij die dat willen worden. Sta je achter de doelstellingen van dit platform, doe dan mee en word lid!
Ben je al lid dan stellen wij het bijzonder op prijs als je collega masseurs informeert over Masseurs Netwerk Nederland en hen vraagt ook lid te worden.
Samen met alle masseurs in Nederland maken we Masseurs Netwerk Nederland tot een groot succes!

Bijeenkomst Bemer fysische vasculaire therapie

BEMER FYSISCHE VASCULAIRE THERAPIE

De Bemer© Fysische vaattherapie is heel eenvoudig in het gebruik en kan door iedereen worden toegepast. Het wordt al in veel (para)medische praktijken en klinieken gebruikt. 

Het grootste voordeel is dat het eenvoudig thuis is toe te passen. De effectieve applicatie ondersteunt dagelijks  24 uur lang de beperkte microcirculatie in de haarvaten. Je gebruikt de applicatie slechts 2x 8 minuten, 1x ‘s-ochtends en 1x ‘s-avonds.

Zo eenvoudig is het om aan je gezondheid te werken.

Bemer- apparaten verbeteren de beperkte vasomotie van de kleine bloedvaten en haarvaten. Dit zorgt voor voldoende doorbloeding op microcirculatie niveau. Dat zorgt ervoor dat de BEMER© effectieve ondersteuning biedt voor het vasculaire systeem.

Wist je dat de microcirculatie 74% omvat van de totale bloedsomloop?

Bemer werkt:

  • 29% betere doorbloeding van het microvaatstelsel
  • 31% betere terugstroom van zuurstofarm bloed
  • 29% hogere zuurstofopname
  • 27% meer energie in de cellen (ATP).

Praktische informatie

Datum: 18 april 2019
Plaats: Business Centrum Kaap Noord, Asterweg 17A2, Amsterdam
Aanvang: 19.30 uur, einde 21.30 uur
Kosten: € 10,–
Voordeel voor jou: we stellen 5 gratis toegangskaarten ter beschikking, uitgifte op volgorde van binnenkomst aanmelding
Aanmelden: via het contactformulier

Parkeren: Gratis. Rijd naast het gebouw direct rechts omhoog het parkeerdek op.

De bijeenkomst is geïnitieerd door Rob van de Ven, evenals Masseurs Netwerk Nederland, Bemer Partner.

Interessant artikel

Hier kan je meer lezen over de Bemer fysische vaattherapie.

Masseurs gezocht: HomeRide en HomeRun

Inleiding

HomeRide en HomeRun 2019 komen er weer aan! Op zaterdag 22 en zondag 23 juni a.s. vindt de negende editie van de HomeRide en de derde editie van HomeRun plaats. De vorige edities van HomeRide en HomeRun waren een groot succes. Bekijk hier de video van HomeRide en HomeRun! Ook dit jaar belooft het weer een groot spektakel te worden en daar kunnen we de hulp van masseurs goed bij gebruiken!

De routes van beide sportieve events zijn in de vorm van een hart, want Home is where the heart is. De HomeRiders starten in het altijd gezellige en bruisende Den Haag. Daarna rijden zij langs de Ronald McDonald Huizen in Rotterdam, Tilburg, Nijmegen, Arnhem, Utrecht en Amsterdam terug naar Den Haag om daar te finishen. Na de start in Den Haag rennen de HomeRunners via de Huizen in Rotterdam Utrecht, Amsterdam en Leiden weer terug naar Den Haag. Hier worden ze samen met de HomeRiders warm onthaald op het Lange Voorhout.

Masseurs gezocht

HomeRide en HomeRun is op zoek naar masseurs die de HomeRiders en HomeRunners willen ondersteunen in hun bikkeltocht. Op elk checkpoint kunnen de HomeRiders en HomeRunners even uitrusten, wat eten en drinken en is het streven dat zij een massage kunnen ontvangen, zodat zij soepel verder kunnen fietsen of lopen.

Praktische informatie

Fit met Voeding

Dit jaar besteden we extra aandacht aan het thema Voeding. In dit nieuwsbericht een bijdrage van Dr. Gert Schuitemaker. Gert is niet praktiserend arts / apotheker en al meer dan 30 jaar actief met voeding, in het bijzonder vanuit de orthomoleculaire geneeskunde.

Massage en Voeding

Massage en voeding horen bij elkaar. Betere voeding geeft betere massageresultaten. En andersom: betere massage geeft een verbeterde stofwisseling, en helpt de gezondheid. Vaak wordt de rol van het bindweefsel onderschat, terwijl juist daar massage zijn goede werk doet. De voeding moet zorgen voor de nodige ‘grondstoffen’. Dat geldt voor iedereen: de oudere persoon, iemand met spier- of gewrichtsklachten en de fervente sporter.

Gezonde voeding is de basis. Maar daarbij horen ontegenzeglijk voedingssupplementen. Gelukkig neemt de laatste vijf jaren de belangstelling – en de noodzaak(!) – hiervoor toe. Artsen, ontevreden met de wijze waarop ze hun patiënten met medicijnen moeten behandelen, organiseren zich binnen de leefstijlgeneeskunde. Deze professionele belangstelling helpt enorm mee om de betekenis van voeding verder te helpen in Nederland.

Gouden boekje voor de gezondheid

In 1994 schreef ik Het Gouden Boekje voor de Gezondheid; alles over vitaminen, mineralen en voedingssupplementen. Intussen zijn er meer dan 120.000 exemplaren van verkocht. Uiteraard is het boek steeds weer geactualiseerd. Het boek dankt zijn populariteit aan het feit dat artsen en therapeuten het hun patiënten lieten lezen om de betekenis van voeding en voedingssupplementen voor hun gezondheid te laten begrijpen. Bovendien hoefden ze dan niet telkens weer zelf het zelfde verhaal te vertellen.

In Het Gouden Boekje beschreef ik het simpele step-up schema met slechts drie stappen. De eerste stap is gezonde voeding. Daar valt veel over te zeggen, maar reeds met eenvoudige adviezen kan iemand daar al goed mee geholpen worden. Zoals minderen met geraffineerde suikers (frisdrank, maar ook vruchtensappen), producten direct van land of zee zonder tussenkomst van de voedingsindustrie, meer vis dan vlees en oppassen met granen en zuivel (veel mensen kunnen daar niet goed tegen).

De tweede stap is om de dagelijkse gezonde voeding aan te vullen met een multi-supplement en extra vitamine C, de belangrijkste vitamine.

Dat is nodig, ook al zegt het Voedingscentrum van niet. Maar veel Nederlanders hebben voedingstekorten. Zo heeft de zon tussen september en april nauwelijks kracht, waardoor we zelf nul vitamine D in de huid kunnen aanmaken (en ’s zomers zitten we vaak thuis of op het werk, terwijl de zon vrolijk schijnt). Voorts eten mensen over het algemeen weinig vis, de vitamine D-bron bij uitstek, dus hoe moeten ze aan deze vitamine komen? De enige mogelijkheid is dat ze een supplement nemen. Uit de Voedsel Consumptie Peiling (VCP) blijkt telkens weer dat ook de inname van magnesium marginaal is. Terwijl dit mineraal belangrijk is voor de zenuwen en de spieren. De eerste tekenen van een tekort zijn bijvoorbeeld kramp. Hier gaan massage en magnesium hand in hand en de combinatie geeft betere resultaten. Vitamine D en magnesium zijn slechts twee voorbeelden.

De derde en laatste stap van het step-up schema is om mensen in bijzondere omstandigheden te adviseren, zoals de zwangere vrouw, de (top)sporter, de gestreste zakenman (of scholier), de oudere en ga zo maar door. Dit vergt natuurlijk meer kennis.

Boeken en tijdschriften

Zo onderhand heb ik meer dan vijftien boeken geschreven, over voeding en supplementen, voor het hart tot voor de gewrichten. Voorts geef ik het publieksblad Fit met Voeding (meer dan 25 jaar) uit en het vaktijdschrift ORTHOmagazine (meer dan 35 jaar). Op www.ortho.nl is een overzicht te vinden. Gezonde voeding is absoluut het belangrijkste, maar heden ten dage is aanvulling met supplementen een must. Leveranciers van voedingssupplementen willen de ‘voorschrijver’ graag van informatie voorzien.

Presentatie Massage en advisering bij cliënten met slaapproblemen

Hier kan je de presentatie bekijken van de netwerkbijeenkomst “Massage en advisering bij cliënten met slaapproblemen”.

Masseurs Netwerk Nederland is er voor de massageprofessional en zij die dat willen worden. Sta je achter de doelstellingen van dit platform, doe dan mee en word lid!
Ben je al lid dan stellen wij het bijzonder op prijs als je collega masseurs informeert over Masseurs Netwerk Nederland en hen vraagt ook lid te worden.
Samen met alle masseurs in Nederland maken we Masseurs Netwerk Nederland tot een groot succes!

Preventie van hart- en vaatziekten

Inleiding

Het nationaal preventieakkoord is door de overheid gesloten om de gezondheid van veel Nederlanders te verbeteren. Het preventieakkoord bestaat uit gezamenlijke afspraken tussen verschillende organisaties, zoals zorgorganisaties, gemeenten en onderwijsinstellingen, onder andere op het gebied van gezonde voeding en roken. Zo wordt de prijs van tabak verhoogd, wordt roken op sportverenigingen teruggedrongen en bieden scholen, ziekenhuizen en sportclubs gezondere voeding aan (Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport). In dit artikel zullen we specifiek ingaan op de preventie van hart- en vaatziekten.

Hart- en vaatziekten

Hart- en vaatziekten zijn na kanker de belangrijkste doodsoorzaak in Nederland (Buddeke et al. 2017), terwijl hart- en vaatziekten wereldwijd de belangrijkste doodsoorzaak zijn (American Heart Association 2018). In 2016 overleden in Nederland 38.613 mensen aan hart- en vaatziekten (Buddeke et al. 2017). Wereldwijd overleden er in dat jaar 17.9 miljoen mensen aan hart- en vaatziekten, wat neerkomt op 31% van alle sterfgevallen wereldwijd (World Health Organization 2017). In de EU waren hart- en vaatziekten in 2015 verantwoordelijk voor 1.91 miljoen sterfgevallen, wat neerkomt op bijna 37% van alle sterfgevallen dat jaar. (Eurostat 2018).

In 2010 waren de totale kosten, wereldwijd, als gevolg van hart- en vaatziekten naar schatting 836 miljard dollar en wordt er verwacht dat deze kosten de komende jaren zullen stijgen (American Heart Association 2017). In Nederland bedroegen in 2015 de totale kosten van zorg aan patiënten met hart- en vaatziekten 11.6 miljard euro, goed voor 13.6% van de totale kosten voor de Nederlandse gezondheidszorg (RIVM).

Sommige hart- en vaatziekten, zoals hartfalen, wanneer het hart verminderde pompkracht heeft (Thuisarts), en hoge bloeddruk, zijn chronisch (Ramani et al. 2010; Roger 2013) en vereisen een levenslange behandeling (Brouwer et al. 2015; Mayoclinic 2017). Volgens de Hartstichting is er sprake van een hoge bloeddruk als de bovendruk hoger is dan 140 mmHg en/of de onderdruk hoger is dan 90 mmHg (Hartstichting 1).

Risicofactoren voor hart- en vaatziekten zijn onder andere een hoge bloeddruk, roken, fysieke inactiviteit, obesitas en een ongezond dieet (Balakumar et al. 2016).
Inspelen op deze risicofactoren, bijvoorbeeld door aanpassingen in de levensstijl, kan bijdragen aan de preventie van hart- en vaatziekten (Leong et al. 2017).

Interventies gericht op de preventie van hart- en vaatziekten kunnen zelfs even effectief zijn als behandeling met geneesmiddelen (Fokkema et al.), en kunnen toegepast worden op meerdere gebieden. Zo kunnen interventies gericht zijn op voeding en beweging (Fokkema et al. 2005; den Engelsen et al. 2014), maar ook op stoppen met roken (Stewart et al. 2017) en het voorkomen of verminderen van obesitas (Poirier et al. 2006). In dit artikel zullen we aan de hand van 4 leefstijlinterventies (stoppen met roken; gezonde voeding; voldoende beweging; voorkomen van Obesitas) ingaan op de preventie van hart- en vaatziekten. Dit zullen we doen aan de hand van beschikbare wetenschappelijke literatuur en interviews met verschillende experts en instanties.

Roken

Roken levert een groot gezondheidsrisico op en is een van de belangrijkste risicofactoren voor hart- en vaatziekten (Ambrose & Barua 2004; Balakumar et al. 2016). Jaarlijks overlijden er zo’n 6 miljoen mensen aan roken (Messner & Bernhard 2014). Volgens longarts Wanda de Kanter overlijden 2 op de 3 rokers op een manier die gerelateerd is aan roken. Ongeveer 10% van alle hart- en vaatziekten worden veroorzaakt door roken (Messner & Bernhard 2014).

In verschillende studies is het verband tussen roken en atherosclerose ((slag)aderverkalking), trombose en het krijgen van een hartinfarct aangetoond (Ambrose & Barua 2004). Ook zorgt roken voor een verminderd vermogen van bloedvaten om te verwijden en te vernauwen (Ambrose & Barua 2004). Stoppen met roken zorgt voor een sterk verminderd risico op een hartinfarct, waarbij na 5 jaar gestopt te zijn het risiconiveau van een niet-roker kan worden benaderd (Ambrose & Barua 2004). Volgens longarts Wanda de Kanter daalt het risico op hart- en vaatziekten snel na stoppen met roken, mits er geen schade is ontstaan.

In een systematische review en meta-analyse onderzochten Pan et al. (2015) de relatie tussen roken en hart- en vaatziekten bij diabetespatiënten. Roken komt veel voor onder diabetespatiënten, onder jongvolwassenen zelfs meer bij diabetespatiënten vergeleken met niet-diabetespatiënten (Pan et al. 2015). In totaal werden er 89 studies opgenomen in deze review. Uit de resultaten bleek dat roken leidt tot een verhoogd risico op overlijden en hart- en vaatziekten bij diabetespatiënten, zowel bij patiënten met diabetes type 1 als bij patiënten met diabetes type 2 (Pan et al. 2015).

Vidyasagaran et al. (2016) onderzochten de relatie tussen het gebruik van “smokeless tobacco”, zoals kauwtabak en snuiftabak (website American cancer society), en hart- en vaatziekten in een systematische review en meta-analyse. Wereldwijd zijn er zo’n 300 miljoen gebruikers van “smokeless tobacco” (Vidyasagaran et al. 2016). 20 studies werden opgenomen in deze review en meta-analyse. Uit de resultaten bleek dat het gebruik van “smokeless tobacco” het risico op hart- en vaatziekten en beroertes verhoogde (Vidyasagaran et al. 2016). Het gebruik van “smokeless tobacco” is daarom geen veilig alternatief voor roken (American Cancer Society 2015).

Roken is dus een belangrijke risicofactor voor hart- en vaatziekten, maar is tegelijk een te voorkomen risicofactor door niet te roken of te stoppen met roken. Stoppen met roken leidt tot een verlaagd risico op hart- en vaatziekten. Volgens de Boer (2016) is het belangrijk dat huisartsen hun patiënten screenen op risicofactoren voor hart- en vaatziekten en hen wijzen op mogelijke preventieprogramma’s, zoals leefstijlinterventies, om deze risicofactoren te verminderen. Ook als masseur kunt u cliënten die roken wijzen op het risico van roken met betrekking tot hart- en vaatziekten en hen doorverwijzen naar hun huisarts, die weer kan doorverwijzen naar de longarts of de Stoppen met Roken Poli in het ziekenhuis.

Gezonde voeding

Ook interventies op het gebied van voeding zijn effectief gebleken voor de preventie van hart- en vaatziekten (Fokkema et al. 2005; Den Engelsen et al. 2014). Een van de bekendste interventies op het gebied van voeding is het verminderen van de zoutinname (Ravera et al. 2016)

In een studie naar het effect van voeding en het risico op hart- en vaatziekten bij patiënten met slaapapneu werd een koolhydraatarm dieet onderzocht (Dobrosielski et al. 2017). Dit dieet leidde onder andere tot gewichtsverlies, wat het risico op hart- en vaatziekten vermindert. Ook bleek een koolhydraatarm dieet positieve effecten te hebben bij patiënten met diabetes type 2, zoals een lagere bloedglucosespiegel in nuchtere toestand (Dobrosielski et al. 2017).

Er worden verschillende adviezen gegeven over gezonde voeding met betrekking tot het risico op hart- en vaatziekten. De “European Society of Cardiology” (ESC) adviseert onder andere een gematigde zoutinname (<5 gram per dag), het eten van voldoende groente en fruit (2-3 stuks fruit en 200 gram groente per dag), het eten van vezels, ongezouten noten en het eten van vis (1 tot 2 keer per week, waarvan 1 keer vette vis) (Piepoli et al. 2016). Ook zou volgens de ESC maximaal 10% van de dagelijkse energie-inname uit verzadigde vetzuren afkomstig moeten zijn. Dit kan bewerkstelligt worden door verzadigde vetzuren te vervangen door meervoudig onverzadigde vetzuren. Transvetten moeten zoveel mogelijk vermeden worden (Piepoli et al. 2016). Ook wordt aangeraden dat mannen en vrouwen respectievelijk hooguit 2 en 1 alcoholische consumptie(s) per dag nuttigen. Het nuttigen van alcohol en suikerhoudende frisdrank wordt sowieso afgeraden (Piepoli et al. 2016). De “American Heart Association” (AHA) beveelt slechts 5-6% van de dagelijkse energieconsumptie afkomstig uit verzadigd vet aan. Volgens de AHA is de maximaal aanbevolen hoeveelheid zout slechts 2.4 gram voor mensen die baat hebben bij een lagere bloeddruk (Eckel et al. 2014).
In het algemeen wordt het eten van meer plantaardig voedsel, het dagelijks consumeren van zuivel en wekelijks vis eten aanbevolen (Geleijnse 2016). Ook wordt aanbevolen weinig zout en suikerhoudende frisdranken te consumeren (Geleijnse 2016).

Interventies op het gebied van voeding zijn effectief voor het voorkomen van hart- en vaatziekten. Het eten van voldoende groente en fruit, het matigen van de zoutinname, het eten van vis en het matigen van de consumptie van alcohol en suikerhoudende frisdranken kunnen bijdragen aan het voorkomen van hart- en vaatziekten. Als masseur kunt u uw cliënten wijzen op het belang van gezonde voeding.

Beweging

Ook fysieke inactiviteit is een risicofactor voor hart- en vaatziekten (Balakumar et al. 2016). Interventies voor de preventie van hart- en vaatziekten kunnen onder andere gericht zijn op beweging (Fokkema et al. 2005; den Engelsen et al. 2014). Voldoende bewegen kan bijdragen aan het voorkomen van verschillende aandoeningen, waaronder hart- en vaatziekten (Preller et al. 2018). Bij hart- en vaatziekten is het belangrijk dat er overleg plaatsvindt met een cardioloog en dat er een inspanningstest gedaan wordt voor er begonnen wordt met trainen, stelt het Kenniscentrum Sport.

Fysieke activiteit draagt bij aan de preventie van hart- en vaatziekten op meerdere manieren. Regelmatige fysieke activiteit zorgt voor een vermindering van risicofactoren voor hart- en vaatziekten, zoals een hoge bloeddruk, gewichtstoename en diabetes (Alves et al. 2016). Ook zorgt fysieke activiteit voor een verbeterde fysieke fitheid, wat leidt minder last hebben van de gevolgen van hart- en vaatziekten (Alves et al. 2016). Uit onderzoeken blijkt dat meer fysieke activiteit leidt tot lagere risico’s op hart- en vaatziekten en een verlaging van de bloeddruk (Alves et al. 2016). Beweging draagt ook bij aan de secundaire preventie van hart- en vaatziekten, door de impact van de ziekte te verminderen, de voortgang van de ziekte te vertragen en herhaling te voorkomen (Alves et al. 2016).

Voor volwassenen wordt tenminste 150 minuten inspanning op matige intensiteit of 75 minuten inspanning op hoge intensiteit per week aanbevolen (Alves et al. 2016). Het Nederlands Huisartsen Genootschap (NHG 2015) stelt in hun beweegnorm dat volwassenen tenminste 5 dagen per week een half uur matig intensieve activiteit, zoals wandelen of fietsen, moeten halen. Voor ouderen (55+) wordt aangeraden 7 dagen per week een half uur matig intensief te bewegen en ten minste 2 keer per week krachtoefeningen te doen (NHG 2015). Zowel voldoende beweging als krachttraining is dus van belang.

Naast te weinig lichaamsbeweging is ook sedentaire (zittende/inactieve) tijd een risicofactor voor hart- en vaatziekten (Despres 2016). Onder sedentaire tijd valt onder andere tijd die zittend wordt doorgebracht (Despres 2016). Het is mogelijk om genoeg te bewegen, maar toch teveel tijd per dag sedentair door te brengen (Despres 2016). Daarom is het ook belangrijk om de sedentaire tijd per dag op te breken, bijvoorbeeld door minder te zitten tijdens werkuren. Dit kan bijvoorbeeld door staand te werken, gebruik te maken van een zit-sta bureau en af en toe te lopen tijdens het werk (Despres 2016).

Door voldoende te bewegen en door de sedentaire tijd per dag te verminderen kan het risico op hart- en vaatziekten verlaagd worden. Als masseur kunt u uw cliënten wijzen op het belang van voldoende beweging en het risico van inactiviteit.

Obesitas

Het aantal mensen met obesitas neemt wereldwijd toe (Ortega et al. 2016). Dit geldt voor mannen en vrouwen, volwassenen en kinderen en zowel in ontwikkelde als minder ontwikkelde landen (Ortega et al. 2016). Bij een BMI van hoger dan 25 is er volgens de Hartstichting (Hartstichting 1) sprake van overgewicht. Bij een BMI van boven de 30 is er sprake van Obesitas (Hartstichting 2).

Obesitas is een belangrijke risicofactor voor het ontwikkelen van hart- en vaatziekten (Balakumar et al. 2016), en obesitas verhoogt het risico op hoge bloeddruk en een hoog cholesterol, welke ook weer risicofactoren zijn voor hart- en vaatziekten (Hartstichting 3).

Het risico op overlijden aan hart- en vaatziekten neemt toe naarmate iemand langer obesitas heeft (Ortega et al. 2016). Obesitas vergroot verschillende risico’s voor hart- en vaatziekten, zoals een hoge bloeddruk en insuline resistentie (van Gaal et al. 2006).
De belasting van het hart is vaak groter bij Obesitas patiënten, omdat obesitas zorgt voor een toename van de totale hoeveelheid bloed en een toename van het hartminuutvolume, de hoeveelheid bloed die het hart gedurende een minuut wegpompt (Lavie et al. 2009).
Gewichtsverlies zorgt voor een afname van risicofactoren voor hart- en vaatziekten, bijvoorbeeld door een verlaagde bloeddruk (Zomer et al. 2016). Dit geldt zowel voor licht gewichtsverlies, minder dan 5% van het lichaamsgewicht, en gematigd gewichtsverlies, 5 tot 10% van het lichaamsgewicht (Zomer et al. 2016). Het voorkomen van obesitas is effectiever om te zorgen voor een verlaagd risico op hart- en vaatziekten, maar ook afvallen werkt risico verlagend. Uit onderzoek is gebleken dat een goede cardiorespiratoire fitheid, het vermogen van het hart- en vaatstelsel, het ademhalingsstelsel en de spieren om zuurstof te leveren tijdens constante inspanning (Lee et al. 2010) de negatieve effecten van obesitas kan verminderen (Ortega et al. 2016). Dit wordt ook wel “Fat-but-Fit” genoemd (Ortega et al. 2016). Niet iedereen met obesitas loopt dus een verhoogd risico op hart- en vaatziekten.

Als masseur kunt u cliënten met obesitas wijzen op de risico’s hiervan en kunt u uw cliënten aansporen hun huisarts of diëtist te bezoeken om de mogelijkheden om af te vallen te bespreken.

Conclusie

Er zijn verschillende risicofactoren voor hart- en vaatziekten, maar veel risico’s kunnen verminderd worden door middel van leefstijlinterventies. Zo dragen niet roken, genoeg bewegen en niet te veel tijd sedentair doorbrengen, gezond eten en het voorkomen van Obesitas bij aan het verlagen van de risico’s voor hart- en vaatziekten. Ook blijkt dat een leefstijlverbetering, zoals stoppen met roken en afvallen, bijdraagt aan het verminderen van de risico’s, ook wanneer iemand eerder wel rookte of obesitas had. Leefstijladviezen zijn daarom een belangrijk middel voor het voorkomen van hart- en vaatziekten en zijn op iedereen van toepassing. Als masseur kunt u uw cliënten wijzen op deze leefstijladviezen voor de preventie van hart- en vaatziekten, niet alleen de cliënten met een verhoogd risico.

Over de auteur

Hessel Stuurman is bewegingswetenschapper. Hij schrijft o.a. voor Masseurs Netwerk Nederland artikelen.

© Masseurs Netwerk Nederland 2019. Alle rechten voorbehouden. www.masseursnetwerk.nl
Overname van het artikel op individuele websites en social media sites is niet toegestaan.
U wordt uitgenodigd een directe link naar het artikel op de website www.masseursnetwerk.nl op uw website op te nemen en de link naar het artikel te delen op social media.

Referenties

Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport: Maatregelen in het Nationaal Preventieakkoord. Geraadpleegd van: https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/gezondheid-en-preventie/nationaal-preventieakkoord

Buddeke J, Van Dis I, Visseren FLJ, Vaartjes I, Bots ML (2017): Hart- en vaatziekten in Nederland 2017, cijfers over leefstijl, risicofactoren, ziekte en sterfte. Den Haag: Hartstichting, 2017

American Heart Association (2018): Heart Disease and Stroke Statistics 2018 At-a-Glance. Geraadpleegd van: https://www.heart.org/-/media/data-import/downloadables/heart-disease-and-stroke-statistics-2018—at-a-glance-ucm_498848.pdf

World Health Organization (2017): Cardiovascular diseases (CVDs). Geraadpleegd van: https://www.who.int/news-room/fact-sheets/detail/cardiovascular-diseases-(cvds)

Eurostat (2018): Cardiovascular diseases statistics. Geraadpleegd van: https://ec.europa.eu/eurostat/statistics-explained/index.php/Cardiovascular_diseases_statistics#Deaths_from_cardiovascular_diseases

American Heart Association (2017): Heart Disease and Stroke Statistics 2017 At-a-Glance. Geraadpleegd van: https://healthmetrics.heart.org/wp-content/uploads/2017/06/Heart-Disease-and-Stroke-Statistics-2017-ucm_491265.pdf

RIVM: kosten van zorg voor hart- en vaatziekten. Geraadpleegd van: https://www.volksgezondheidenzorg.info/onderwerp/hart-en-vaatziekten/kosten/kosten#node-kosten-van-zorg-voor-hart-en-vaatziekten

Thuisarts: Hartfalen. Geraadpleegd van: https://www.thuisarts.nl/hartfalen

Ramani, G. V., Uber, P. A., & Mehra, M. R. (2010): Chronic heart failure: contemporary diagnosis and management. In Mayo Clinic Proceedings (Vol. 85, No. 2, pp. 180-195). Elsevier.

Roger, V. L. (2013): Epidemiology of heart failure. Circulation research, 113(6), 646-659.

Brouwer, E. D., Watkins, D., Olson, Z., Goett, J., Nugent, R., & Levin, C. (2015): Provider costs for prevention and treatment of cardiovascular and related conditions in low-and middle-income countries: a systematic review. BMC Public Health, 15(1), 1183.

Mayoclinic (2017): Heart Failure. Geraadpleegd van: https://www.mayoclinic.org/diseases-conditions/heart-failure/diagnosis-treatment/drc-20373148
Hartstichting 1: Ken je getallen. Geraadpleegd van: https://www.hartstichting.nl/risicofactoren/ken-je-getallen
Balakumar, P., Maung-U, K., & Jagadeesh, G. (2016): Prevalence and prevention of cardiovascular disease and diabetes mellitus. Pharmacological research, 113, 600-609.

Leong, D. P., Joseph, P. G., McKee, M., Anand, S. S., Teo, K. K., Schwalm, J. D., & Yusuf, S. (2017): Reducing the global burden of cardiovascular disease, part 2: prevention and treatment of cardiovascular disease. Circulation research, 121(6), 695-710.

Fokkema, M. R., Muskiet, F. A. J., & van Doormaal, J. J. (2005): Leefstijlinterventie ter preventie van hart-en vaatziekten. Nederlands tijdschrift voor geneeskunde, 149(47), 2607.

den Engelsen, C., Salomé, P., & Rutten, G. (2014): Preventie van diabetes en hart-en vaatziekten. Huisarts en wetenschap, 57(4), 174-178.

Stewart, J., Manmathan, G., & Wilkinson, P. (2017): Primary prevention of cardiovascular disease: A review of contemporary guidance and literature. JRSM cardiovascular disease, 6, 2048004016687211.

Poirier, P., Giles, T. D., Bray, G. A., Hong, Y., Stern, J. S., Pi-Sunyer, F. X., & Eckel, R. H. (2006): Obesity and cardiovascular disease: pathophysiology, evaluation, and effect of weight loss: an update of the 1997 American Heart Association Scientific Statement on Obesity and Heart Disease from the Obesity Committee of the Council on Nutrition, Physical Activity, and Metabolism. Circulation, 113(6), 898-918.

Ambrose, J. A., & Barua, R. S. (2004): The pathophysiology of cigarette smoking and cardiovascular disease: an update. Journal of the American college of cardiology, 43(10), 1731-1737.

Messner, B., & Bernhard, D. (2014): Smoking and cardiovascular disease: mechanisms of endothelial dysfunction and early atherogenesis. Arteriosclerosis, thrombosis, and vascular biology, 34(3), 509-515.

Pan, A., Wang, Y., Talaei, M., & Hu, F. B. (2015): Relation of smoking with total mortality and cardiovascular events among patients with diabetes mellitus: a meta-analysis and systematic review. Circulation, 132(19), 1795-1804.

Vidyasagaran, A. L., Siddiqi, K., & Kanaan, M. (2016): Use of smokeless tobacco and risk of cardiovascular disease: a systematic review and meta-analysis. European journal of preventive cardiology, 23(18), 1970-1981.

American Cancer Society (2015): Health Risks of Smokeless Tobacco. Geraadpleegd van: https://www.cancer.org/cancer/cancer-causes/tobacco-and-cancer/smokeless-tobacco.html

de Boer, A. (2016): Risicoprofilering bij hart-en vaatziekten. Huisarts en wetenschap, 59(5), 217-217.

Ravera, A., Carubelli, V., Sciatti, E., Bonadei, I., Gorga, E., Cani, D., … & Lombardi, C. (2016): Nutrition and cardiovascular disease: finding the perfect recipe for cardiovascular health. Nutrients, 8(6), 363.

Dobrosielski, D. A., Papandreou, C., Patil, S. P., & Salas-Salvadó, J. (2017): Diet and exercise in the management of obstructive sleep apnoea and cardiovascular disease risk. European Respiratory Review, 26(144), 160110.

Piepoli, M. F., Hoes, A. W., Agewall, S., Albus, C., Brotons, C., Catapano, A. L., … & Graham, I. (2016): 2016 European Guidelines on cardiovascular disease prevention in clinical practice: The Sixth Joint Task Force of the European Society of Cardiology and Other Societies on Cardiovascular Disease Prevention in Clinical Practice (constituted by representatives of 10 societies and by invited experts) Developed with the special contribution of the European Association for Cardiovascular Prevention & Rehabilitation (EACPR). European heart journal, 37(29), 2315-2381.

Eckel, R. H., Jakicic, J. M., Ard, J. D., De Jesus, J. M., Miller, N. H., Hubbard, V. S., … & Nonas, C. A. (2014): 2013 AHA/ACC guideline on lifestyle management to reduce cardiovascular risk: a report of the American College of Cardiology/American Heart Association Task Force on Practice Guidelines. Journal of the American College of Cardiology, 63(25 Part B), 2960-2984.

Geleijnse, M. (2016): Goede voeding voor het hart: zorg dat het klopt. Wageningen University & Research.

Preller, L., Schaars, D., Rijnbeek, P., & Barten, M. (2018): Bewegen: een medicijn voor veel aandoeningen. Bijblijven, 34(5), 345-357.

Alves, A. J., Viana, J. L., Cavalcante, S. L., Oliveira, N. L., Duarte, J. A., Mota, J., … & Ribeiro, F. (2016): Physical activity in primary and secondary prevention of cardiovascular disease: Overview updated. World journal of cardiology, 8(10), 575.

NHG (2015): Bewegingsnormen. Geraadpleegd van: https://www.nhg.org/sites/default/files/content/nhg_org/uploads/bijlage_5_zorgmodule_leefstijl.pdf

Després, J. P. (2016): Physical activity, sedentary behaviours, and cardiovascular health: when will cardiorespiratory fitness become a vital sign?. Canadian Journal of Cardiology, 32(4), 505-513.

Ortega, F. B., Lavie, C. J., & Blair, S. N. (2016): Obesity and cardiovascular disease. Circulation research, 118(11), 1752-1770.

Hartstichting 2: Overgewicht. Geraadpleegd van: https://www.hartstichting.nl/getmedia/16292ab9-600d-469d-98ab-a134425e4d09/brochure-hartstichting-overgewicht.pdf

Hartstichting 3: Risicofactoren. Geraadpleegd van: https://www.hartstichting.nl/risicofactoren

Van Gaal, L. F., Mertens, I. L., & Christophe, E. (2006): Mechanisms linking obesity with cardiovascular disease. Nature, 444(7121), 875.

Lavie, C. J., Milani, R. V., & Ventura, H. O. (2009): Obesity and cardiovascular disease: risk factor, paradox, and impact of weight loss. Journal of the American college of cardiology, 53(21), 1925-1932.

Zomer, E., Gurusamy, K., Leach, R., Trimmer, C., Lobstein, T., Morris, S., … & Finer, N. (2016): Interventions that cause weight loss and the impact on cardiovascular risk factors: a systematic review and meta‐analysis. Obesity reviews, 17(10), 1001-1011.
Lee, D. C., Artero, E. G., Sui, X., & Blair, S. N. (2010): Mortality trends in the general population: the importance of cardiorespiratory fitness. Journal of psychopharmacology, 24(4_suppl), 27-35.